Nederlands English

Prinsengracht 436 in Amsterdam, oorspronkelijk gebouwd als weeshuis in 1666.
Prinsengracht 436 in Amsterdam, oorspronkelijk gebouwd als weeshuis in 1666.

Op de kaart uit 1662 staat het gebouw rond twee binnenplaatsen al ingepland. In 1825 wordt het pand getransformeerd tot Paleis van Justitie door een neo-klassieke gevel te plaatsen voor het voormalig weeshuis.
Op de kaart uit 1662 staat het gebouw rond twee binnenplaatsen al ingepland. In 1825 wordt het pand getransformeerd tot Paleis van Justitie door een neo-klassieke gevel te plaatsen voor het voormalig weeshuis.

In de twee eeuwen als Paleis van Justitie slibt het gebouw volledig dicht en gaan diverse historische elementen verloren. Als Nationale Balletschool krijgt het pand een nieuw leven en een nieuwe relatie tot de stad.
In de twee eeuwen als Paleis van Justitie slibt het gebouw volledig dicht en gaan diverse historische elementen verloren. Als Nationale Balletschool krijgt het pand een nieuw leven en een nieuwe relatie tot de stad.

(1) De diverse tijdslagen in het gebouw (2) Bestaande en te slopen delen van het gebouw (3) Nieuwe situatie op locatie
(1) De diverse tijdslagen in het gebouw (2) Bestaande en te slopen delen van het gebouw (3) Nieuwe situatie op locatie

De passage en galerij bieden een nieuwe ruimtelijke relatie tussen de publiek toegankelijke binnenplaats en de straat en refereren aan de oorspronkelijke ‘gaanderijen’.
De passage en galerij bieden een nieuwe ruimtelijke relatie tussen de publiek toegankelijke binnenplaats en de straat en refereren aan de oorspronkelijke ‘gaanderijen’.

Plattegrond van de eerste verdieping, met rechts de bibliotheek uit 1890 en centraal gelegen het monumentale trappenhuis uit 1894.
Plattegrond van de eerste verdieping, met rechts de bibliotheek uit 1890 en centraal gelegen het monumentale trappenhuis uit 1894.

Centraal thema in het ontwerp is het openwerken van de gebouwstructuur waardoor functies in de school in zicht en geluid worden verbonden en het programma voor de omgeving beleefbaar wordt.
Centraal thema in het ontwerp is het openwerken van de gebouwstructuur waardoor functies in de school in zicht en geluid worden verbonden en het programma voor de omgeving beleefbaar wordt.

De overdekte binnenplaats doet dienst als centrale ontmoetingsruimte van de Balletschool en decor voor feestelijkheden.
De overdekte binnenplaats doet dienst als centrale ontmoetingsruimte van de Balletschool en decor voor feestelijkheden.




PROJECTINDEX
WINNAAR
PAS-DE-DEUX
Amsterdam University of the Arts
ARCHITECTURE

Nationale Balletschool aan de Prinsengracht
Uitgangspunt voor het ontwerp van de Nationale Balletschool is een dialoog tussen het bestaande gebouw en de nieuwe functie, waarbij kwalitatief hoogwaardige delen van het bestaande gebouw behouden worden en waarbij nieuwbouw wordt gepleegd waar de functie daarom vraagt: een pas-de-deux.
L’orginalité [...] ne consiste pas à forger des mots nouveaux, mais à se servir bien des mots anciens. Ils peuvent suffire à tout.
Elles ont encore, malgré tout, malgré tous, tant de beauté, nos vieilles pierres vives !

Orginaliteit [...] ontstaat niet door de uitvinding van nieuwe woorden, maar door zich goed te bedienen van de bestaande. Zij volstaan in alles. ..... Zij hebben nog steeds, ondanks alles, ondanks ieder, zoveel schoonheid, onze oude levende stenen!

Auguste Rodin, les cathédrales de France

In de binnenstad van Amsterdam dient een stille kans zich aan: een uitzonderlijk groot gebouw met een rijke maar onzichtbare historische waarde komt vrij voor nieuw gebruik. De wortels van dit pand liggen in de zeventiende eeuw, als aan de nieuw aangelegde Prinsengracht een weeshuis verrijst. Het pand heeft twee binnenplaatsen één voor de jongens en één voor de meisjes. Er staat een lange bank tegen de voorgevel, het levendig tafereel van minnen met een schare kinderen completeert het beeld. Het open en toegankelijke karakter verandert echter wanneer in 1825 de rechtspraak zijn intrek neemt in het gebouw. Als Paleis van justitie behoudt het gebouw vooral afstand, het verschanst zich meer en meer achter een statig gesloten gevel en een zware beveiliging. Na ontelbare aan- en verbouwingen slibt het complex dicht. Met het aanstaande vertrek van justitie ontstaat de mogelijkheid om het gebouw nieuw leven in te blazen en het een nieuwe relatie tot de stad te geven.
De kwaliteit van het bestaande wordt zichtbaar met het afpellen van het gebouw. Er ontstaat een rijk palet aan verhalende elementen gedragen door de zeventiende eeuwse oerstructuur, bestaande uit een grid met vaste maateenheden opgebouwd uit klassieke verhoudingen en een rigide ritme van gevelopeningen. De weinige nog resterende complete interieurelementen zoals een oude bibliotheek, een geornamenteerde kolommengalerij en een theatraal trappenhuis uit de 19e eeuw krijgen in het plan een nieuwe samenhang en hebben hun functie niet verloren.
Voor de nieuwbouw wordt de grammatica van de gevonden oerstructuur gebruikt en omgezet naar een hedendaagse invulling, de nieuwe bouwdelen spreken de taal van het oude gebouw maar zijn gevormd vanuit een nieuw gebruik. Oud en nieuw raken elkaar, reageren op elkaar zonder in elkaar op te lossen of elkaar te overschreeuwen en benadrukken in hun samenkomst elkaars kwaliteiten.
Alle voorzieningen voor de school zijn gesitueerd in de eerste vier bouwlagen en op de nieuwe zolder is ruimte gemaakt voor de woonverblijven van de kinderen. Één van de twee binnenplaatsen wordt weer onderdeel van het stedelijk leven en de route door de stad door haar te verbinden met de straat middels nieuwe passages die historische namen dragen als Wollemoedersgang en Bakkersgang. De tweede binnenplaats wordt overdekt en doet dienst als centrale ruimte in de school, een plek voor ontmoeting tussen de lessen en decor voor feestelijkheden. Verdeeld over drie beuken zijn de hoofdpijlers van de opleiding ondergebracht: de school met klaslokalen, het theater met foyer en de dansstudio’s. Onder de opgetilde kap wonen 100 studenten op een lichte woonzolder. Een ruime eetzaal en keuken vormen het decor voor een dagelijks ritueel als 80 jonge dansers aan lange tafels het avondeten genieten.
Door drie gerichte ingrepen in de voorgevel hervindt het gebouw zijn van oudsher benaderbare karakter, krijgt het theater een gezicht aan de straat en worden materialen ingezet om eenwording van oud en nieuw kracht bij te zetten.
Beweging door de ruimte is leidend thema voor de vormgeving van het interieur, de organisatie van routes en het vertalen van grote ruimten naar de menselijke maat. Met aandacht is het historische materialenpalet onderzocht en uitgebreid met materialen die sporen van gebruik kunnen verdragen en de tand des tijds kunnen doorstaan.
De ontmoeting tussen de vastheid en traagheid van dit oude gebouw en de vluchtigheid van de dans heeft geleid tot een transparante huid van metselwerk die aanraakbaar is en ruimten schept voor het menselijk lichaam. Een proces van evenwichtige stappen, niet gevoed door een nostalgische wens voor conservering of de drang tot sloop, maken een gebouw rijk aan historie en tegelijk klaar voor de toekomst. Et l’ histoire se répete; in de zeventiende eeuw gebouwd als een huis voor wezen, in de 21e eeuw wederom een thuisbasis voor jonge mensen in Amsterdam.

....en wanneer ‘s avonds de binnenplaatsen oplichten en silhouetten dansen langs de gracht, wordt de balletschool een lantaarn in de stad, een levendig tafereel dat je in verwondering stil doet staan.


Het digitale boek is gratis te downloaden op itunes: https://itunes.apple.com/nl/book/pas-de-deux/id647853052?mt=11