Nederlands English

vogelkijktoren
vogelkijktoren

Concept doorsnede over de uiterwaard: de aanwezigheid van baksteen wordt gekoppeld aan de intensiteit van het verwonderen Bruine lijn: aanwezigheid van baksteen Groene lijn: intensiteit van het verwonderen
Concept doorsnede over de uiterwaard: de aanwezigheid van baksteen wordt gekoppeld aan de intensiteit van het verwonderen Bruine lijn: aanwezigheid van baksteen Groene lijn: intensiteit van het verwonderen

Situering van de ontwerpen in de uiterwaard over de Maas 1 bezoekerscentrum 2 vogelkijktoren 3 zitgelegenheid
Situering van de ontwerpen in de uiterwaard over de Maas 1 bezoekerscentrum 2 vogelkijktoren 3 zitgelegenheid

doorsnede vogelkijktoren
doorsnede vogelkijktoren

plattegrond vogelkijktoren
plattegrond vogelkijktoren

aanzicht zitgelegenheid
aanzicht zitgelegenheid

doorsnede bezoekerscentrum
doorsnede bezoekerscentrum




PROJECTINDEX
 
BRICK MARKS THE SPOT
Technische Universiteit Eindhoven
ARCHITECTURE

In de ontwerpen van Beerd Gieteling voor een zitgelegenheid, een bezoekerspaviljoen en een vogelkijktoren staan het ‘Blikveld’, het ‘Snuffelen’ en het ‘Koekeloeren’ centraal en vormt het Verwonderen van dynamiek het uitgangspunt.
Tegenwoordig is de drang naar stabiliteit zo groot dat dynamiek in de gebouwde omgeving nog nauwelijks wordt gewaardeerd. Dynamiek is echter essentieel en onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de wereld en van de mens. Het opnieuw herwaarderen van dynamiek is daarom uiterst belangrijk.

In ‘Brick marks the spot’ wordt dan ook onderzocht hoe een architectuur ontworpen kan worden waarin dynamiek centraal staat. Er is daartoe een ontwerpstrategie geformuleerd waarin het materiaalonderzoek het vertrekpunt vormt en vervolgens leidt tot keuzes ten aanzien van locatie, functie en vormgeving. Een proces waarin elke keuze weerslag heeft op de volgende. Als vertrekpunt is gekozen voor het materiaal baksteen. Het onderzoek naar baksteen leidde tot situering van de ontwerpen in de uiterwaard Over de Maas nabij Alphen aan de Maas. Deze uiterwaard wordt momenteel afgegraven om de baksteenindustrie van klei te voorzien. Hierdoor ontstaat een natuurgebied waar ruimte is voor nieuwe afzetting van klei. Klei is als het ware verantwoordelijk voor de verschijningsvorm van deze plek. De verwerking van de lokale klei tot Maasformaat bakstenen zorgt er voor dat de ontwerpen innig met de plek worden verbonden.

De afgraving van de uiterwaard roept in de omgeving weerstand op omdat de woonomgeving kleiner wordt terwijl ze wel ruimte oplevert voor de natuur. Dit gebrek aan waardering voor dynamiek vraagt dan ook om herwaardering ofwel het opnieuw ‘Verwonderen’ van dynamiek. Als inspiratiebron is gekozen voor het werk van filosoof Cornelis Verhoeven en zijn omschrijving van wat ‘Verwonderen’ is: een houding waarin wij “...puur beschouwelijk [zijn] en dat zijn voor een niet door ons te bepalen duur. Niet alleen de verklaring wordt opgeschort maar ook elke vorm van ingrijpen.” Deze omschrijving vormt de basis van het concept.
Om optimaal invulling te geven aan het ‘Verwonderen’ zijn drie ontwerpen gemaakt. Elk ontwerp richt zich op een ander type beschouwer. Een zitgelegenheid op de dijk voor passanten, een bezoekerspaviljoen in de uiterwaard voor geïnteresseerde bezoekers en een vogelkijktoren op de oeverwal gericht op vogelspotters. De positionering van de ontwerpen op de grenzen van de uiterwaard en in de uiterwaard zelf, sluit hier op aan en draagt ook bij aan het ‘Verwonderen’ van het gebied als een geheel.

De architectuur van deze ontwerpen komt voort uit het combineren van verschillende factoren. Allereerst de specifieke intensiteit van het ‘Verwonderen’ voor het type beschouwer, ten tweede de op die specifieke plek aanwezige hoeveelheid klei vertaald in de hoeveelheid materiaal dat voor elk ontwerp gebruikt wordt en ten derde de Genius Loci. Als laatste factor is een, voor de functie van het object, specifiek woord van Verhoeven toegekend aan elk ontwerp. Voor de zitgelegenheid het ‘Blikveld’, voor het bezoekerspaviljoen het ‘Snuffelen’ en voor de vogelkijktoren het ‘Koekeloeren’.

In het ontwerp voor de zitgelegenheid is baksteen dan ook beperkt aanwezig. Een serie bakstenen lamellen met een smal uitzichtpunt, doorsneden door een bank. De lamellen kaderen, onderstrepen of onderbreken het ‘Blikveld’ en het ‘Verwonderen’ van de plek. In het bezoekerspaviljoen is het materiaal veel sterker aanwezig. Baksteen in vloer, wand en plafond maakt het tot één bakstenen massa die is geplaatst binnen de muren van een oude landbouwschuur. Het herbergt een tentoonstellingsruimte waar het ‘Snuffelen’ kan plaatsvinden. In de twaalf meter hoge vogelkijktoren is baksteen zeer intens aanwezig. Opgebouwd uit vijf muren die worden doorsneden door een trap. De ruimte tussen de muren wordt bij het bestijgen van de trap eerst donker, koel en besloten ervaren. Doordat de muren steeds dunner worden naarmate men hoger komt leidt de trap naar een licht en open uitzichtpunt. De route onder de trap kent een tegengestelde ervaring en leidt naar een punt waar men zeer intens kan ‘Koekeloeren’.
Het combineren van deze factoren leidt in elk van de drie ontwerpen tot een zeer zintuiglijke ervaring van plek en materiaal en geeft invulling aan het ‘Verwonderen’ en herwaarderen van dynamiek.