Nederlands English

Doorsnede over het ontwerp. De doorsnede illustreert hoe de inbedding van een op zichzelf ontworpen entiteit, de bibliotheek, leidt tot allerlei fricties. Die kunnen echter worden benut. Zo wordt de bibliotheek ingebed, de benodigde entree duwt de bibliotheek op de begane grond tot aan de gevel, het raam op de begane grond moet dan worden afgesloten om geen direct daglicht bij gevoelige boeken toe te laten, het dak moet worden aangepast om indirect daglicht toe te laten enzovoort.
Doorsnede over het ontwerp. De doorsnede illustreert hoe de inbedding van een op zichzelf ontworpen entiteit, de bibliotheek, leidt tot allerlei fricties. Die kunnen echter worden benut. Zo wordt de bibliotheek ingebed, de benodigde entree duwt de bibliotheek op de begane grond tot aan de gevel, het raam op de begane grond moet dan worden afgesloten om geen direct daglicht bij gevoelige boeken toe te laten, het dak moet worden aangepast om indirect daglicht toe te laten enzovoort.

Plattegrond van de tweede verdieping. Hier is de inbedding van autonoom ontworpen ruimten en de daaruit volgende eigenaardigheden waar te nemen: er moet een logisch verband tussen de verscheidene ruimtes worden gelegd en de tussen- of restruimte kan daarbij goed worden benut.
Plattegrond van de tweede verdieping. Hier is de inbedding van autonoom ontworpen ruimten en de daaruit volgende eigenaardigheden waar te nemen: er moet een logisch verband tussen de verscheidene ruimtes worden gelegd en de tussen- of restruimte kan daarbij goed worden benut.

Plattegrond van de begane grond. Hier is te bemerken hoe de bestaande structuur moet wijken om de autonoom ontworpen ruimtes van de bibliotheek, trappenhuis en entreehal succesvol tot een werkend geheel samen te voegen in een bezoekersroute.
Plattegrond van de begane grond. Hier is te bemerken hoe de bestaande structuur moet wijken om de autonoom ontworpen ruimtes van de bibliotheek, trappenhuis en entreehal succesvol tot een werkend geheel samen te voegen in een bezoekersroute.

Snede over de sequentie. Illustratie van de ontworpen route voor een bezoeker, die door zowel bestaande als nieuw-geïmplementeerde ruimtes leidt.
Snede over de sequentie. Illustratie van de ontworpen route voor een bezoeker, die door zowel bestaande als nieuw-geïmplementeerde ruimtes leidt.

Perspectief op de trap. Het ontworpen trappenhuis sluit met haar vorm niet aan op de rechthoekige structuur van het bestaande gebouw en staat zodoende in een curieuze relatie met het bestaande raam.
Perspectief op de trap. Het ontworpen trappenhuis sluit met haar vorm niet aan op de rechthoekige structuur van het bestaande gebouw en staat zodoende in een curieuze relatie met het bestaande raam.

Perspectief op de leeshoek. Deze ruimte vormt een residu van de invoeging van de bibliotheek in het bestaande gebouw, maar is gedefinieerd als autonome ruimte door leesnissen te scheppen in het ritme van de ramen.
Perspectief op de leeshoek. Deze ruimte vormt een residu van de invoeging van de bibliotheek in het bestaande gebouw, maar is gedefinieerd als autonome ruimte door leesnissen te scheppen in het ritme van de ramen.

Perspectief op entreehal en café. De ingebedde entreehal is afgestemd op het ritme van bestaande 17de-eeuwse balken die worden gebruikt voor een ritmische ruimtelijke articulatie.
Perspectief op entreehal en café. De ingebedde entreehal is afgestemd op het ritme van bestaande 17de-eeuwse balken die worden gebruikt voor een ritmische ruimtelijke articulatie.

Perspectief op een Leeshokje. De krapte op de begane grond zorgt ervoor dat de boekenwand langs de gevel loopt. In plaats van een blinde gevel als gevolg te aanvaarden heb ik hier een uitstulping gecreëerd die een afgesloten leesruimte in de raamnegge mogelijk maakt en zo als gearticuleerde poché tussen binnen en buiten mediëert.
Perspectief op een Leeshokje. De krapte op de begane grond zorgt ervoor dat de boekenwand langs de gevel loopt. In plaats van een blinde gevel als gevolg te aanvaarden heb ik hier een uitstulping gecreëerd die een afgesloten leesruimte in de raamnegge mogelijk maakt en zo als gearticuleerde poché tussen binnen en buiten mediëert.




PROJECTINDEX
WINNAAR
IN ANTWOORD OP VERSAILLES
Technische Universiteit Eindhoven
ARCHITECTURE

Een Voorzichtig Manifest voor Empirische Architectuur
Het ontwerp voor een nieuwe ruimtelijke indeling voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal is ontwikkeld vanuit een empirische benadering waarbij ontworpen wordt vanuit de ervaring van kleinschalige losstaande onderdelen.
Het Binnenhof is een middeleeuwse burcht die door de eeuwen heen tot een geknutseld en samengesteld geheel is uitgegroeid. Met deze ongeordende samengesteldheid dient het gebouw al meer dan achthonderd jaar de veranderlijke aard van de Nederlandse bestuurspraktijk. Ondanks deze buitengewone kwaliteit zijn er gedurende die eeuwen meermaals grootschalige totaalplannen met paleizen, van monarchie of democratie, getekend om het bestaande conglomeraat volledig van de kaart te vegen. Geen van deze allesomvattende plannen is echter gerealiseerd en zodoende stel ik, in plaats van deze weinig lonende praktijk verder voort te zetten, liever voor om de kwaliteiten van deze bestendige middeleeuwse structuur verder te ontwikkelen. De vraag is echter waarop we hier precies voort willen bouwen, hoe benoemen we deze eigenaardige architectonische verschijningsvorm?
In The Poetics of a Wall Projection stelt Jan Turnovsky dat de kern van dit probleem ligt in de tegenstelling tussen het conceptuele, dat wat nauwgezet vanuit een allesoverheersend idee wordt geordend, en het empirische, dat juist getypeerd wordt door een gebrek aan deze allesomvattendheid. De moeilijkheid is dat het nastreven van het samengestelde, het ordenen van het ongeordende, in een onoplosbare paradox lijkt te eindigen. Zeker wanneer de architect tot een onregelmatige vorm moet komen terwijl hij gewoonlijk via ordes en concepten tot zijn vormen komt, is het voor hem uiterst lastig de indifferente houding ten opzichte van het geheel op te brengen die daarbij zo hard benodigd is. Na een analyse van deze paradox in kunst en architectuur lijkt de essentie van de empirische vorm uiteindelijk vanuit een bepaalde individualiteit van de verscheidene elementen voort te komen. Deze individualiteit van elementen vraagt om een totale verandering van het ontwerpproces. De architectonische vorm moet vanuit allerlei kleine losstaande entiteiten worden ontworpen. De verscheidenheid van al deze entiteiten kan worden gevonden door vanuit de ervaring te ontwerpen: de entiteiten moeten gerelateerd zijn aan een ervaarbaar gebruiksniveau in plaats van onderworpen te worden aan de gebruikelijke ordes en conceptuele abstracties. Door het construeren van een ontwerpproces waarbij vanuit de schaal van waarneming en ervaring de plaatsvindende activiteiten elk een aparte passende architectonische vorm wordt toegedicht, ontstaat een grote en fundamentele variëteit aan verschillende vormen die uiteindelijk kan worden samengevoegd tot een gevarieerd geheel.
Op deze manier is voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal, die kampt met een gebrekkige en weinig duurzame bezoekersinfrastructuur op het Binnenhof, een nieuwe ruimtelijke indeling ontworpen. Door de obscure structuur van een dergelijk ontwerpproces wordt de inherent totalitaire architect, in dit geval ikzelf, gedwongen de totale controle over het resultaat te verliezen om zo een empirische vorm te bereiken.