Nederlands English

Photograph of 1910 of the historical centre of Zwolle; Interior garden, autumn. The public courtyard of the Tussenthuis is a place for memories. The planting scheme provides privacy for the guests and food for various animal species.
Photograph of 1910 of the historical centre of Zwolle; Interior garden, autumn. The public courtyard of the Tussenthuis is a place for memories. The planting scheme provides privacy for the guests and food for various animal species.

Ruimtelijke hiërarchische opbouw: van omsloten domein naar een architectonisch ‘tussen’. De verhoudingen van de grotere volumes zorgen voor schaal, geleding en plasticiteit. Bij de inzet van een volume als ontsluiting van het domein ontstaat er intermediaire ruimte; het domein als overgang tussen stad en verblijf met een specifieke zintuiglijke stedelijke ervaring.
Ruimtelijke hiërarchische opbouw: van omsloten domein naar een architectonisch ‘tussen’. De verhoudingen van de grotere volumes zorgen voor schaal, geleding en plasticiteit. Bij de inzet van een volume als ontsluiting van het domein ontstaat er intermediaire ruimte; het domein als overgang tussen stad en verblijf met een specifieke zintuiglijke stedelijke ervaring.

1 Tussenthuis entrance 2 shared living room/guest room 3 office/ rooms for staff and volunteers 4 2 persons lodge 5 5 persons lodge 6 chapel 7 north courtyard 8 south courtyard 9 publicly accessible internal garden 10 Kleine Aa
1 Tussenthuis entrance 2 shared living room/guest room 3 office/ rooms for staff and volunteers 4 2 persons lodge 5 5 persons lodge 6 chapel 7 north courtyard 8 south courtyard 9 publicly accessible internal garden 10 Kleine Aa

De hoofdruimtes van de verblijven zijn georiënteerd op het zuid-westen. De patio’s op de begane grond functioneren als verlengstuk van de bedruimte. De zichtlijnen die ontstaan door de bouwkundige structuren bieden verschillende blikken op de hofruimte, de binnentuin en de patio’s; er is altijd contact met het landschap.
De hoofdruimtes van de verblijven zijn georiënteerd op het zuid-westen. De patio’s op de begane grond functioneren als verlengstuk van de bedruimte. De zichtlijnen die ontstaan door de bouwkundige structuren bieden verschillende blikken op de hofruimte, de binnentuin en de patio’s; er is altijd contact met het landschap.

Wederkerige afhankelijkheid en wederkerige noodzakelijkheid; een tuin voor de stad, een plek om te gedenken. De randen en borders om de binnentuin verzorgen het voedsel voor de vele vogels en kleine stadsdieren van het Tussenthuis. De beplanting rond het Tussenthuis zorgt voor een zachte overgang tussen de hofruimtes en de straat. De muren zijn met hun diepe voegen, gaten en kieren een ideale ondergrond voor klimplanten en insecten.
Wederkerige afhankelijkheid en wederkerige noodzakelijkheid; een tuin voor de stad, een plek om te gedenken. De randen en borders om de binnentuin verzorgen het voedsel voor de vele vogels en kleine stadsdieren van het Tussenthuis. De beplanting rond het Tussenthuis zorgt voor een zachte overgang tussen de hofruimtes en de straat. De muren zijn met hun diepe voegen, gaten en kieren een ideale ondergrond voor klimplanten en insecten.

Doorsnede van het tweepersoons verblijf. Het basement is aan de buitenzijde opgetrokken uit een Zwolse Vestingsteen met diepliggende voegen. Vanaf de inspringing op de verdieping wordt er doorgestapeld met een kleiner Vechtformaat, deze is vol en zat gemetseld. Nestkasten vormen op een aantal plekken boven de ramen op de verdieping de beëindiging van de muur. Eiken balklagen liggen op de inspringing van de verdiepingen waardoor muren in hun opbouw niet wordt onderbroken en als hele entiteit de ruimte blijven omsluiten.
Doorsnede van het tweepersoons verblijf. Het basement is aan de buitenzijde opgetrokken uit een Zwolse Vestingsteen met diepliggende voegen. Vanaf de inspringing op de verdieping wordt er doorgestapeld met een kleiner Vechtformaat, deze is vol en zat gemetseld. Nestkasten vormen op een aantal plekken boven de ramen op de verdieping de beëindiging van de muur. Eiken balklagen liggen op de inspringing van de verdiepingen waardoor muren in hun opbouw niet wordt onderbroken en als hele entiteit de ruimte blijven omsluiten.

Wall fragments. Facade details at 1:1 scale of the individual residences and the chapel. Among these are custom-sized ‘Zwolle Fortification’ bricks for the basement and the courtyards of the complex.
Wall fragments. Facade details at 1:1 scale of the individual residences and the chapel. Among these are custom-sized ‘Zwolle Fortification’ bricks for the basement and the courtyards of the complex.

De kapel is het laatste ‘tussen’, een plek om gezamenlijk afscheid te nemen. De kapel heeft een eigen uitgang zodat de gast het Tussenhuis kan verlaten via een andere deur als dat hij of zij is binnengekomen. Met elkaar om de kist voor het laatste afscheid alvorens de kist wordt weggedragen door de uitgang; van het laatste tussen naar een nieuwe wereld.
De kapel is het laatste ‘tussen’, een plek om gezamenlijk afscheid te nemen. De kapel heeft een eigen uitgang zodat de gast het Tussenhuis kan verlaten via een andere deur als dat hij of zij is binnengekomen. Met elkaar om de kist voor het laatste afscheid alvorens de kist wordt weggedragen door de uitgang; van het laatste tussen naar een nieuwe wereld.




PROJECTINDEX
 
ROOTING
Amsterdam University of the Arts
ARCHITECTURE

An in-between home for the last phase of life; a place to die in the city
The Tussenthuis (‘In-between Home’) is a new kind of hospice, a place in the city centre of Zwolle that provides near-domestic surroundings for terminally ill patients; a good place to end one’s days in the city. The distinctive feature of the Tussenthuis is that it can accommodate not only the patient but a partner or even the entire family. Over a period of approximately three months, patients can go through the last phase of life with the support of medical staff, professional carers, volunteers and their nearest and dearest. The term Tussenthuis is symbolic of the moment of transition between life and the afterlife.
The medieval fortified city of Zwolle has had a rich history of almshouses scattered around the city. For centuries these care homes were integral to the urban and social structure. The first such hospital was established in 1306. The care function of several charitable homes in the city centre of Zwolle continued until the mid 20th century. The Tussenthuis thus falls in line with a tradition of cultural and historical core values.
The location of the Tussenthuis is in the middle of the largest inner city redevelopment area in the history of Zwolle. In the 1960s, roughly one fifth of the city centre, on the north side, was cleared for urban renewal. This part of the centre remains aloof from the historic city fabric whose morphology dates back to the 12th century. The size, scale and proportions of the present structures demonstrate that the city has a memory and puts up a stiff resistance to recognition of the new granularity. This dissonance is still tangible. You could say that this area of the city has failed to root itself in the fertile soil of the historic context.
The architecture of the ‘in between’ and the historic cityscape, together with the underlying morphology of the location, has shaped the physical organization of the Tussenthuis. The theme of rooting in a fertile context is expressed in the rituals, the building materials, the tectonics, the urban integration and the landscaping of the complex; for besides being a place for people, the Tussenthuis is an ‘in between’ for the flora and fauna of the historic city of stone. Providing niches, ledges, openings and nesting boxes helps the existing urban fabric and its surroundings to take root too. Animals come here to hibernate, and plants and insects can literally make themselves at home in the walls of the complex. The Tussenthuis is built with walls whose structure allows them to act simultaneously as transitional home for the local landscape and its inhabitants. So a place for dying doubles as a place for life, and the mass that creates space is equally a space that creates mass: mutual dependency and mutual necessity.
The Tussenthuis may create memories of pain and loss, but also of precious moments spent together, of kitchen sounds, children playing in the room, the flowers in bud, the chirping of sparrows and the final companionship. Even after someone has stayed in the Tussenthuis, the buildings and the landscape still stand for a value in their life. They become monuments to the memory of the loved one who has passed on. The complex in the city thus gradually takes on a similar significance to the charitable homes of the past. The buildings embody reminders of those with whom one has spent time together in their final days of life, in a locale rooted in fertile surroundings. It will become a vital place in the city and for the city.