Nederlands English

Object 'Trans'
Object 'Trans'

Object 'Trans', standpunt
Object 'Trans', standpunt

Object 'Trans', context
Object 'Trans', context

Object 'Pan'
Object 'Pan'

Object 'Pan', standpunt
Object 'Pan', standpunt

Object 'Pan', context
Object 'Pan', context




PROJECTINDEX
 
LE PAYS BAS
Technische Universiteit Eindhoven
ARCHITECTURE

Le pays Bas bestaat uit een reeks ruimtelijke denkoefeningen en probeersels die betrekking hebben op 'nutteloze' fascinaties. Deze probeersels zijn er op gericht de bandbreedte van mijn architectonisch idioom te onderzoeken en te verruimen om zo de fascinaties zelf bloot te leggen. Dit heeft geresulteerd in 40 naïeve experimenten waarin wordt getracht over de grens van de huidige staat van kennis te gaan tot het moment van vervreemding wordt bereikt.
Om die grens te overschrijden heb ik een werkwijze gevolgd die het behoudende denken openbreekt. Daartoe volgde ik twee benaderingen. Ten eerste heb ik steeds aan één model gewerkt dat ik direct op presentatieniveau vervaardigde. Door het model van begin af aan met ambachtelijke precisie uit te werken ontstaat een sterke band met het model omdat het idee tot in detail wordt uitgedrukt. Door middel van brute ingrepen wordt de oorspronkelijke lading onderuitgehaald. De bewuste deformaties, vergelijkbaar met de ingrepen van Gordon Matta-Clark, roepen op hun beurt nieuwe kwaliteiten op. Wanneer in een model bewust plekken worden opengelaten die in een later stadium een vervolg behoeven, stelt het specifieke karakter genuanceerde eisen aan dit vervolg. De toevoeging moet, vanuit zijn persoonlijke karakter, op hetzelfde niveau een antwoord geven als het niveau waarop de vraag gesteld werd. Hierdoor ontstaat een dialoog waarbij twee entiteiten op elkaar ingrijpen en elkaar in hun wezen versterken. Ten tweede heb ik tal van kunstgenererende processen en methoden in proberen te zetten die in allerlei verschillende artistieke tradities opduiken. Zoals onverschillig uitgekozen readymades, toevalskunst, écriture automatique, superpositie en quoting.
Deze aanpak was vaak in staat het denken te ontwrichten maar gaf geen garantie voor een bevredigend resultaat. Steeds was een sensitieve afweging noodzakelijk om het gebied te bepalen waarbinnen het ontwerp het bekende ontstijgt zonder ongrijpbaar te worden. De sensitieve grens tussen herkenning en vervreemding is het leidend motief in mijn afstuderen.
Deze sensitieve grens en de rol van de verschillende lagen van betekenis hierin, kwam niet alleen tot stand in het model zelf, maar ook in de verhouding tussen model, context en toeschouwer. Dit komt tot uitdrukking in de drie manieren van presentatie.
Ten eerste het model als 'object'. De modellen worden steriel als in een technische tekening aan de toeschouwer voorgelegd.
Ten tweede het model als 'standpunt'. Een beamer projecteert detailfoto’s van de verschillende modellen levensgroot op een wand. De lichtbundel kruist onvermijdelijk de looprichting van de toeschouwer waardoor een schaduw in het geprojecteerde beeld ontstaat. De toeschouwer bepaalt zo als een variabel schaalpoppetje de schaal waarin hij het beeld beziet.
Ten slotte het model in zijn 'context'. Zoals een ontwerp zich verhoudt tot een locatie, zo is hier binnen de context van een leegstaand gebouw gezocht naar plekken die door hun kwaliteit in staat zijn een dialoog aan te gaan met de modellen. Door alleen deze plekken te belichten en de rest van het gebouw aan het zicht te ontrekken ontstaat door de schaalloze duisternis een schemergebied tussen schaal van het gebouw (1/1) en van de modellen (1/200). Het interieur van het gebouw is niet alleen de drager van de gehele reeks, maar is tevens zelf tot model verworden.