

  
|
De primaire waterkering is ontworpen als een Dijkplateau met een veelzijdig stedelijk Deltalandschap op de rechter Maasoever tussen Rotterdam en Hoek van Holland.
Een open Zuidwestelijke Hollandse Delta met een blijvende waterverbinding van de Nieuwe Waterweg met de Noordzee heeft als consequentie dat de bestaande waterkeringen opgehoogd moeten worden om de veiligheid te waarborgen. De strategie in dit ontwerp bestaat uit het koppelen van de Delta investeringen voor de versterking van de dijken aan het opheffen van de ruimtelijke knelpunten in de regio. De investeringen bieden de regio een kans om zowel bestaande barrières in de steden op te heffen als interessante waterfronten te ontwikkelen met daarin een verscheidenheid aan woongebieden, bedrijven en natuur- en recreatiegebieden. In dit onderzoek wordt de primaire waterkering niet meer gezien als een autonoom civieltechnisch onderwerp, maar als uitgangspunt voor de toekomstige stedenbouwkundige opgaven van watersteden. Het koppelen van stedenbouw, landschapsarchitectuur en veiligheid levert op de rechter Maasoever een Deltalandschap op met nieuwe leefomgevingen die de schakel vormen tussen de steden en de rivier.
Om dit te bereiken wordt het enkel ophogen van de bestaande primaire dijk losgelaten. Het credo wordt 'Van monotone dijk, naar het Dijkplateau als grondplan voor een gevarieerd Deltalandschap'. Dit landschap fungeert als brede, veilige Deltadijk. Het schakelt de stad aan de rivier door in te zetten op goede ruimtelijke verbindingen en deze te koppelen aan continue routes langs de rivier, op de rivier en naar de rivier.
Het Dijkplateau bestaat uit verschillende niveaus, ook wel treden genoemd. Door deze differentiate ontstaat variatie in landschapstypen en inrichtingsmogelijkheden. Sommige treden worden verlaagd om zo meer ruimte te krijgen voor de rivieren in tijden van hoge waterstanden. Om de veiligheid te waarborgen verbindt een doorgaande hoogtelijn van 6.20 + NAP met variabele breedte de reeks van treden met elkaar tot één landschap. De treden binnen het Dijkplateau worden afgestemd op de Rijnmondse geomorfologie van de bodem. Het genetisch materiaal van de bodem laat van oudsher een verscheidenheid aan hoogteverschillen zien, oplopend van 2,80 tot aan 3.60 meter +NAP. Deze hoogtes zijn ontstaan door natuurlijke sedimentatie van de rivier. Door mechanische ophoging van de havengebieden en de primaire waterkering tot 5.40 meter +NAP zijn meerdere treden van verschillende hoogte ontstaan. Met het verbreden en daarmee ook versterken van de waterkeringen worden het genetische materiaal en de mechanische ophogingen opnieuw gedefinieerd en met elkaar gekoppeld tot een brede veilige Deltadijk. De hoogteverschillen van de treden resulteren in een openbare ruimte bestaande uit bossen, uiterwaarden, parken, stenige kades en flauwe oevers. Aan dit landschappelijke raamwerk worden nieuwe stedelijke milieus toegevoegd met een veelheid aan bebouwingstypes, dichtheden en programma's, gerelateerd aan de rivier én de stad. De gebieden worden onderling verbonden door routes op verschillende schaalniveaus zoals lokale en regionale wandel- en fietsroutes. Autorijden over het Dijkplateau wordt een attractie waarin panorama's over het rivierwater, de oevers, de steden en de nieuwe woonomgevingen elkaar afwisselen. De oude veenstromen en vaarten binnen het plateau vormen een waternetwerk dat de steden met de Maas verbindt. Op essentiële kruispunten bevinden zich sluizen, bruggen en jachthavens. Deze locaties spelen een hoofdrol binnen het Dijkplateau en vormen de spil van het recreatienetwerk.
Opleiding: AvB Rotterdam | Studierichting: stedebouw | Mentoren: Han Meyer, Han van den Born, Dennis Moet, Jeroen de Willigen
|