|
Inzendvoorwaarden Jaarlijks selecteren de Nederlandse masteropleidingen met de afstudeerrichtingen architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur hun beste afstudeerplannen en sturen die naar Archiprix. De opleidingen kiezen de plannen conform de inzendvoorwaarden en de selectiecriteria van Archiprix. De inzendvoorwaarden stellen een maximum aan het aantal in te zenden plannen, afhankelijk van de grootte van de betreffende opleiding. Voor Delft is het maximum 9, voor Amsterdam 4, Eindhoven 4, Rotterdam 3, Tilburg 2, Wageningen 2, Arnhem 1, Groningen 1 en Maastricht 1. Dit betekent een maximaal aantal van 27 plannen. Voor de Archiprix 2010 stuurden alle opleidingen het maximale aantal in. Naast formele bepalingen bevatten de inzendvoorwaarden de inhoudelijke criteria die de basis vormen voor zowel de selectie van de plannen door de opleidingen als voor de jurybeoordeling. Verlangd wordt dat het ingezonden plan in ieder geval: een ontwerp of ruimtelijk plan als resultaat heeft; een expliciet geformuleerde probleemstelling als uitgangspunt heeft en een inhoudelijke verantwoording bevat van de wijze waarop het plan, uitgaande van de probleemstelling, tot stand is gekomen. Bij de beoordeling wordt gelet op de volgende elementen: de analyse van de opgave; de conceptuele kracht van het plan; de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp in combinatie met een zorgvuldige inzet van middelen; de verantwoording in beeld en geschrift en de samenhang tussen al deze elementen. Deze samenhang is van belang omdat de inzender daarmee aantoont het totale proces te beheersen waarbij het in de opgave gestelde probleem wordt vertaald naar een passende ruimtelijke oplossing.
Jurysamenstelling
Jaarlijks stelt het bestuur van Archiprix een andere, onafhankelijke jury van deskundigen samen. Omwille van de objectiviteit worden geen personen in de jury opgenomen die direct betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van een inzending of die een directe relatie hebben met de ontwerper van een ingezonden plan. De jury heeft als taak om alle deelnemende plannen op hun eigen merites te beoordelen en elk afstudeerplan van een kort inhoudelijk commentaar te voorzien. Daarnaast moet de jury uit de inzendingen de beste plannen selecteren, waaronder ze het prijzengeld kan verdelen. De jury bestaat uit vijf personen. Vier deskundigen uit de deelnemende vakgebieden en een theoreticus. De samenstelling van de jury die de afstudeerplannen van de Archiprix 2010 beoordeelde is als volgt:
- Wim van den Bergh, architectuur
- Nanne de Ru, architectuur
- Marinke Steenhuis, theorie
- Berno Strootman, landschapsarchitectuur
- Wouter Veldhuis, stedebouw
De secretaris van de jury is Henk van der Veen van Archiprix.
Werkwijze De jury beoordeelde de plannen op 12 en 18 februari 2010 in Delft. Voorafgaand aan de jurybeoordeling ontving de jury van elk plan een door de ontwerper opgestelde tekst met de essentie van zijn of haar plan. In de periode tussen de beide jurybijeenkomsten zijn de toelichtingen bij de plannen bestudeerd. De jury beoordeelde elk plan afzonderlijk op zijn kwaliteiten, uitgaande van de door Archiprix opgestelde criteria zoals die in de inzendvoorwaarden zijn weergegeven.
Statistiek Van de 27 ingediende afstudeerplannen zijn er 20 met als afstudeerrichting architectuur. Na een dip in de vorige editie is de afstudeerrichting stedenbouw met een aantal van 4 inzendingen plus één plan vanuit zowel de afstudeerrichting stedenbouw als architectuur weer goed vertegenwoordigd. Tenslotte zijn 2 projecten ontworpen door deelnemers die afstudeerden in de landschapsarchitectuur. Acht projecten hebben een buitenlandse locatie.
Algemene opmerkingen Het geheel aan inzendingen overziend viel de jury een aantal trends op die ze niet onvermeld wil laten.
Vooronderzoek
De jury zag veel interessante en inhoudelijk overtuigende vooronderzoeken. Jammer is wel dat de resultaten van de voorstudies op een enkele uitzondering na in de uitwerking niet goed tot hun recht komen. Er is in de regel geen hechte samenhang tussen onderzoek en ontwerp. De toenemende concentratie op onderzoek lijkt ten koste te gaan van de aandacht voor het ontwerp. In de inzendingen waar veel aandacht besteed is aan onderzoek constateert de jury vaak dat het ontwerp relatief mager is ten opzichte van de voorstudie.
De inzendingen landschapsarchitectuur uit Wageningen doen hun best om de ontwerpen te presenteren als resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het lijkt ook alsof het onderdeel 'theorie' als verplicht onderdeel wordt opgenomen in de eindrapportage, zonder dat de link met het ontwerp duidelijk is. De bronnen waarnaar wordt verwezen zijn vaak ook nogal obligaat. De jury is van mening dat het voor een ontwerpdiscipline als de landschapsarchitectuur zinvoller is om het accent te verschuiven naar het ontwerpproces zelf om het vakmanschap, dat vereist is om een goed ruimtelijk ontwerp te maken, sterker te ontwikkelen. Repertoirekennis, conceptueel denken, visieontwikkeling, en oefening in het ambacht van het ontwerpen, zijn veel belangrijker dan een 'wetenschappelijke' verantwoording.
Afstudeerateliers en efficiency
Steeds meer opleidingen werken met afstudeerateliers waarbinnen een groep studenten gezamenlijk werken aan een afstudeerproject. Soms betreft dit alleen het vooronderzoek en het opstellen van de individuele opgave. Soms werken de studenten het gehele ontwerptraject nauw samen. Deze afstudeerateliers worden vaak opgezet om de inhoud van de afstudeerprojecten beter onder controle te houden en tegelijkertijd de voortgang van het afstuderen te waarborgen. De jury constateert echter dat de afstudeerateliers ook leiden tot een minder persoonlijk afstudeertraject, waarbij in sommige gevallen het stempel van de groep en de docenten belangrijker wordt dan de individuele ontwikkeling van de student. Zeker als ook nog nadrukkelijk gestuurd wordt op een gemeenschappelijke taal voor de visualisatie (zowel in de maquette als in de toe te passen tekentechnieken) verdwijnt het individuele aspect van het afstudeerproject volledig.
Wereldverbeteraars
Een trend die zich manifesteert en die eerder toe dan af lijkt te nemen wordt gevormd door plannen die gericht zijn op het verbeteren van de leefomstandigheden van armen in de derde wereld. Met veel enthousiasme, betrokkenheid en goede wil worden deze opgaven opgepakt. Die plannen zijn vaak moeilijk op hun waarde te beoordelen gezien de specifieke omstandigheden ter plekke. De jury kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de plannen vaak geen echt realistische oplossingen bieden voor de grote lokale problemen, zo het al mogelijk is die op te lossen. Daarom is het verheugend om in deze Archiprix twee plannen met een beloftevolle benadering te zien. Het betreft de plannen Indian Star en Urban Tactics. Bij beide projecten is sprake van participerende ontwerpers die samen met lokale partijen zoeken naar oplossingen. Urban Tactics gaat daarin nog een stapje verder. De ontwerper ontwikkelt op knappe wijze een strategie waarbij ze verschillende intermediaire lagen op strategische wijze inzet bij de planvorming en de uitvoering. Ze zoekt coalities en betrekt daarbij alle relevante actoren.
Stedenbouw
Binnen de gehele oogst van de Archiprix 2010 zijn er vijf plannen ingestuurd vanuit de discipline van de stedenbouw. Getalsmatig is dat in verhouding met de andere disciplines. De kwaliteit van de plannen blijft helaas achter, met uitzondering van Urban Tactics. Over de hele linie van de stedenbouwplannen is het ruimtelijk ontwerp zwak, de enscenerende, ontwerpende stedenbouwer ontbreekt.
Het virtuoze ruimtelijk ontwerp
Wat de jury over de hele linie mist is het virtuoze ruimtelijk ontwerp dat in staat is om partijen samen te brengen en te binden. Dat kan samenhangen met de verschuiving van de aandacht naar het vooronderzoek. Het kan ook te maken hebben met de ontwikkeling van de praktijk waarin behoefte is aan ontwerpers die zich goed kunnen begeven in het complexe bouwproces. Van dat laatste zijn er wel voorbeelden onder de ingezonden plannen.
Thema's
Binnen deze ronde van de Archiprix is een aantal thema's manifest aanwezig. Zonder daar verder een waardeoordeel aan te verbinden worden ze hieronder vermeld. Het milieu krijgt in de plannen veel aandacht. De woningbouw is sterk vertegenwoordigd. Het water is populair, veel plannen zijn gesitueerd aan het water, waaronder twee aan de Noordzeekust. De toenemende aandacht voor herbestemming sluit goed aan bij de ontwikkelingen in de praktijk.
Tenslotte is het opvallend dat er vrijwel geen inzending is waar Le Corbusier niet genoemd wordt...
|