De voorspelbaarheid van de woningbouwproductie in Nederland, en daarmee in zekere mate van het wonen zelf, is doelbewust gecreëerd. Ze berust in principe op een maatschappelijke consensus die uiteindelijk in het bouwbesluit is geformaliseerd. Als publiekrechtelijk voorschrift is het een duidelijk omlijnd systeem dat iedereen geacht wordt te kennen en dat door iedereen dient te worden nageleefd. Hiermee is het bouwbesluit een actief, vormend principe dat zich doelbewust in elk gebouwd object inschrijft om daarmee onvermijdelijk een deel van haar realiteit te gaan uitmaken. Als er sprake is van een optimaal voorschrift dan zou het bouwbesluit in staat moeten worden geacht om een volledig voorspelbaar resultaat te genereren. Maar het bouwbesluit blijkt alles behalve de eenduidige motor van de rationalisatie waarvoor ik ze in eerste instantie hield.
Het bouwbesluit maakt in artikel 4.21 een onderscheid tussen de 55% van de woning die zal moeten gehoorzamen aan haar regels en de 45% die los daarvan naar eigen inzicht mag worden ingevuld. Het impliceert hiermee de mogelijkheid van een schaduwgebied waar het eigen licht van het bouwbesluit niet kan en mag doordringen. Immers, de formulering van individuele vrijheid als een algemeen legitiem belang moet juist de ruimte scheppen die aan het individu de mogelijkheid biedt zich deze toe te eigenen, los van het sociale of het maatschappelijke. Het kan dus slechts de ruimte garanderen maar het kan ze nooit laten verschijnen. Het bouwbesluit stelt vervolgens aan ons de vraag om een architectuur te produceren die de potentie van zowel het positieve als het negatieve maximaliseert.
De letterlijke opgave die ik mij gesteld heb is de herverkaveling van het originele volume van de galerijflat 'Parkzicht' in Tilburg Noord. Binnen dit volume zal zich opnieuw een woonprogramma gaan vormen, nu echter niet meer gemotiveerd door het 'economische contract van het minimale' waaruit de Parkzicht flat ooit ontstaan is. Eerder ga ik op zoek naar een meer volledige architectuur die ontstaat uit het opvoeren van ambivalentie. Pas dan kan er een architectuur verschijnen die duisterder, verleidelijker, meerdimensionaal, paradoxaler en daardoor rijker is.
Opleiding: AAS Tilburg | Studierichting: architectuur | Mentoren: Pieter Feenstra, Martien Jansen
|