Vanaf 1500 is het Brabantse zeekleigebied omgevormd van een deltagebied met schorren en slikken naar een zeer goed ontwaterd polderlandschap. In de loop van de eeuwen is de dynamiek uit het watersysteem gehaald door zeearmen te kanaliseren en kreken in te polderen. De gevolgen van klimaatveranderingen en maatregelen vanuit het rijksbeleid kunnen in de nabije toekomst leiden tot overstromingen en watertekorten in het gebied. Uitgaande van de topografie, de landschappelijke karakteristieken en de aanwezige landschapselementen heb ik deze problemen in mijn plan als kansen benut en uitgebuit. De wateroverschotten in de winter worden opgeslagen ten behoeve van de watertekorten in de zomer. De landbouw wordt op deze wijze op een duurzame manier van water voorzien en het zeekleigebied behoudt haar karakteristieke leegte.
In de zeekleipolders worden, op basis van bestaande dijken en oude kreekbeddingen, grote bekkens aangelegd. In de winter worden ze gevuld met rivier- en hemelwater. Gedurende de zomer wordt het water in de bekkens gebruikt door de landbouw en ontstaat er, met het zakken van het waterpeil, spontaan beplanting. De bekkens hebben in elk seizoen een ander karakter en geven kleur aan het zeekleilandschap. Daarnaast hebben ze een grote recreatieve en ecologische waarde en geven een impuls aan bestaande dorpen en forten. Het noordelijke bekken kan dienen als calamiteitenberging voor het Hollandsch Diep.
De rivieren Mark, Dintel en Vliet krijgen een dynamischer en meer beeldbepalend karakter. Op de oeverlanden, grenzend aan het polderlandschap, worden ook bekkens aangelegd. De grens tussen polder en bekkens wordt aangezet met een zorgvuldig vormgegeven bomenlaan. De zuidelijke oeverlanden worden ingericht als uiterwaarden.
In de 'Naad', de overgang van laag gelegen zeekleipolders naar hoger gelegen zandgronden, komt drinkwaterwinning. Hierdoor kan de kwelnatuur hersteld worden. Daarnaast wordt hier voorzien in een calamiteitenberging voor de Mark en de Vliet.
Opleiding: AvB Amsterdam
Studierichting: landschapsarchitectuur
Mentoren: Harm Veenenbos, Joost van Hezewijk, Berdie Olthof
|