|
Dit afstudeerproject heeft tot doel maatschappelijke acceptatie te verwerven voor de prostitutie. Getracht wordt de positie van prostituees te verbeteren door de prostitutie een passende verschijningsvorm en een passende plaats in de stad te geven. In breder verband is sprake van een zoektocht naar de invloed die architectuur kan hebben op sociaal-maatschappelijke processen en hoe deze processen vertaald kunnen worden in architectuur. Om aan deze doelstelling gestalte te geven is een specifieke fictieve opdracht geformuleerd: het ontwerpen van een privé-huis op een binnengebied tussen de Kleine en Grote Berg te Eindhoven.
De keuze voor het privé-huis kwam voort uit de conclusie uit mijn vooronderzoek dat bordelen sinds oudsher eigenlijk weinig veranderd zijn en dat er geen reden is aan te nemen dat zij dit door de opheffing van het bordeelverbod in 2000 wel doen. Ik heb gekozen voor de meest menswaardige vorm van prostitutie, het privé-huis. In de keuze voor de locatie heb ik me laten leiden door mijn doelstelling dat ik acceptatie wil. Daarom wil ik het bordeel niet wegstoppen, noch wil ik teveel provoceren. Het binnengebied tussen Grote en Kleine Berg bood uitkomst. Het ligt midden in de stad, maar heeft een introvert, beschermend karakter. Het publieke parkeerterrein vormt een hulpmiddel om het binnengebied te herstructureren. Prostitutie en parkeren hebben een gezamenlijke deler: beide zijn een noodzakelijk kwaad; beide zijn niet weg te denken uit de stad en beide worden gezien als een bron van overlast. Om hun karakter te benadrukken zijn beide functies half verborgen onder het maaiveld.
In het geval van prostitutie zit de overlast voor een groot deel in de morele bezwaren die men heeft tegen prostitutie. Het is een taboe. Ik heb dus besloten prostitutie te laten zien zoals zij is: een stiekeme bezigheid. Acceptatie is een proces dat in stappen verloopt. Als architect probeer ik handreikingen te geven aan dit proces door bufferzones te creëren. Zoals de straatwand een buffer vormt tussen stad en binnengebied, zo vormt bet parkeren een buffer tussen omwonenden en bordeel en vormt de gevel van het bordeel een buffer tussen binnen en buiten.
Ik wil het gebouw gebruiken om de zogenaamde publieke vrouwen hun intimiteit terug te geven. Het bordeel is hun domein. Het is te omschrijven als een zwijgend, introvert monoliet blok. De materialisering is eerlijk en helder. Prostitutie hoeft zich niet langer te verbergen achter pluche en tierlantijnen. Een gebouw dat is wat het is! Een bordeel staat in het teken van het aanraken en betasten. De aankleding moet sensorisch en hygiënisch maar niet klinisch zijn. Vandaar dat ik heb ik gekozen voor natuurlijke materialen: steen en hout. Kenmerkend aan de gevel zijn de schaarse openingen. De routing is een doorgaande beweging, die in het teken staat van het overgaan van grenzen. Door grenzen te verdikken worden ze tastbaar en vormen bufferzones. In en uitgaande klanten ontmoeten elkaar niet en in- en uitgang bevinden zich dan ook niet op dezelfde plek. Dit om enerzijds de privacy van de klanten te respecteren en anderzijds om de bordeelgang tot een onomkeerbaar proces te maken dat geleid wordt door gastvrouw en prostituee. Het privé-deel, waar woonkamer en kantoor zich bevinden, ligt verheven boven het publieke deel en blijft verboden gebied voor de klant.
Opleiding: TU Eindhoven
Studierichting: architectuur
Mentoren: Hans Ruijssenaars, Zjak Hofman, Maarten Willems
|