|
De begraafplaats met uitvaartgebouw op het Hydron terrein in Zwijndrecht is een plaats voor de doden én voor de levenden, een plaats waar de ruimte is gecreëerd om stil te staan bij de betekenis van het moment, een plaats waar de dood een plek krijgt in ons dagelijks leven. De uitdaging van het ontwerp bestaat uit het scheppen van een omgeving waarin verschillende persoonlijke rituelen kunnen plaatsvinden. Daartoe is een ruimtelijk scenario ontwikkeld dat zich richt op de overgang van het dagelijks leven naar de ervaring van de dood en het rouwen. Om de tegenstelling tussen leven en dood zichtbaar te maken is de beweging van de levenden een belangrijk thema binnen het project. De architectuur tracht deze beweging te begeleiden zoals muziek een danser begeleidt.
De gekozen locatie grenst aan een woonwijk en ligt ingeklemd tussen de Ringdijk en de Oude Maas. De grens tussen het dagelijks leven en de begraafplaats schept een sterk spanningveld dat de basis vormt voor het ontwerp. De grafterpen zijn zo vormgegeven dat ze zowel intimiteit bieden aan de bezoeker van het graf als de visuele verbinding met de omgeving toelaten. Bij het betreden van de begraafplaats wordt de bezoeker niet meteen geconfronteerd met de graven, waardoor het ook een plek is voor iedereen die even wil ontsnappen aan het dagelijks leven.
Het uitvaartgebouw grenst direct aan de Ringdijk, het vormt letterlijk de brug tussen het dagelijks leven en de plaats voor de dood. Het gebouw is vormgegeven als een aaneenschakeling van precies gedefinieerde ruimten, welke de nabestaanden gelegenheid bieden voor begroeting, individueel afscheid, samenkomst en gezamenlijk afscheid, alvorens de overledene gezamenlijk naar de laatste rustplaats te brengen. De overgangen tussen de verschillende rituelen zijn voelbaar door de fysieke afstand welke wordt afgelegd tussen de ruimten en de overgangen tussen binnen en buiten. Om het uitvaartritueel niet te verstoren zijn de bewegingsstromen van de nabestaanden, de overledene en het personeel strikt gescheiden. Alleen op de momenten van individueel en gezamenlijk afscheid worden de nabestaanden en de overledene samengebracht in respectievelijk de rouwkapel en de bijeenkomstruimte.
Aan de zijde van de Oude Maas grenst de begraafplaats aan een druk bezocht voetpad. Men kan via informele uitgangen even van de begraafplaats ontsnappen en genieten van het uitzicht op Dordrecht en het scheepsverkeer, terwijl de toevallige wandelaar wordt uitgenodigd tot rust te komen aan het bassin met uitzicht op de oude watertoren. De watertoren zelf wordt opengesteld voor het publiek en biedt een eindeloze blik over de omgeving.
Opleiding: AvB Rotterdam
Studierichting: architectuur
Mentoren: Hans Moor, Jacob Voorthuis
|