2004

Archiprix

TOUR
<tour>

Moskou-België - Pieter van Kruysbergen, Marjon Jongmans

Het afstudeerproject omvat twee delen. De eerste fase bestaat uit een onderzoek naar het Belgische huis, het karakteristieke Belgische bebouwingspatroon en de recente ontwikkelingen binnen het Belgische wonen. Dit deel is verwerkt in een geschreven analyse. In de daaropvolgende fase zijn de verworven inzichten verwerkt in een strategisch ontwerp. Als mogelijke locatie is een smalle zone langs een snelweg- en spoorwegtracé gekozen aan de rand van het Gentse stadscentrum. Vergelijkbare locaties zijn in iedere Belgische stad te vinden.

Om de demografische en economische stadsvlucht te keren stelde de gemeente Gent een ontwikkelingsplan op. Dit plan vormt het uitgangspunt voor de functionele invulling van een 1000 meter lange en maximaal 150 meter hoge structuur. Over dit raamwerk zijn abstracties van Belgische (rij)woningen en woningdelen verspreid. De woningscheidende gemeenschappelijke muur vormt de verdiepingshoge, constructieve drager. Door de koppeling van wooneenheden ontstaan zwaar belastbare vloer- en plafondvelden waartussen grootschaliger functies als baanwinkels, bedrijven, kantoren en onderwijsinstellingen geplaatst kunnen worden. De verschillende functies worden verticaal verbonden door liften, horizontaal door op verschillende niveaus gelegen boulevards. Ondergronds worden auto- en spoorverkeer verweven met parkeer- en distributievelden. Op maaiveldniveau doorkruisen stadsverkeer en stedelijke publieke ruimten de stations- en Expohal. Deze centrale hal verbindt de stad met de rivier en de achterliggende open ruimte.

Het constructieprincipe en de materialisatie in staal en beton zijn wezenlijk voor de flexibiliteit van de structuur. Door de glazen gevelbekleding heen blijft de constructie zichtbaar. Het gebouw kan steeds worden aangepast aan zijn omgeving en/of aan de wijzigende behoefte. De structuur neemt alles in zich op en maakt onverwachte verbindingen en confrontaties tussen zeer uiteenlopende functies en ruimten mogelijk. Verweving, vermenging, verdichting en flexibiliteit; dé kwaliteiten van het Belgische rijhuis en het Belgische bebouwingspatroon. Infrastructuur als ordenend principe, geheel in lijn met de Belgische stedebouwkundige traditie. Een nieuwe vorm van stedelijkheid die ruimte creëert. Deze geconcentreerde, verticale bebouwingsvorm laat ruimte voor een open gebied grenzend aan de negentiende-eeuwse gordel. De aangrenzende wijk Moskou wordt hierdoor zichtbaar als een fossiel, een versteend relict van het Belgische spreidingsbeleid.

Opleiding: AvB Tilburg
Studierichting: architectuur
Mentoren: Pnina Avidar, Wim Cuyvers, Martien Jansen, Leon Mevis

<tour>