2004

Archiprix

TOUR
<tour>

De aanwezigheid van het denkbeeldige; uitbreiding provinciehuis Haarlem - Kees Versluis

Het ontwerp betreft een nieuw onderkomen voor Provinciale Staten Noord-Holland. Dit is gesitueerd in de directe nabijheid van het uit 1789 daterende Paviljoen Welgelegen, dat sinds 1927 dienst doet als Provinciehuis. Met zijn witte neoclassicistische verschijningsvorm, zijn L-vormige plattegrond en de zorgvuldig geënsceneerde opeenvolging van ruimten in het interieur is Welgelegen een voor Nederlandse begrippen uniek gebouw. Gekozen is voor een reflecterende ontwerpbenadering, met als uitgangspunt de theorie van de imitatie in de architectuur, zoals die met name door de Franse theoreticus Antoine Chrysostôme Quatremère de Quincy opnieuw is verwoord. De titel van het project, "De aanwezigheid van het denkbeeldige", refereert aan deze theorie, waarin de imitatie naar voren komt als een abstracte en verbeeldingsvolle omgang met de modellen die de architectuur vanuit haar eigen geschiedenis aandraagt. Tevens verwijst de notie van het denkbeeldige in letterlijke zin naar het beeld. De opkomst van de beeldcultuur in de achttiende eeuw komt onder meer tot uitdrukking in de architecture parlante en de pittoreske Engelse landschapsstijl, beide onderdeel van de historische context waarbinnen Paviljoen Welgelegen tot stand kwam. Een onbetwist hoogtepunt binnen deze ontwikkelingen is het oeuvre van Étienne-Louis Boullée, in wiens visie de architectuur verschijnt als een wezenlijk beeldende kunst van architectonische taferelen. Het is dan ook geen toeval dat Boullée's tafereel van een ingegraven architectuur een inspiratiebron vormt voor het ontwerp.

Het nieuwe Provinciehuis biedt plaats aan een conferentiecentrum met een nieuwe Statenzaal, kantoren en een ruime parkeervoorziening. Het programma is gesitueerd in een verzonken, glanzend lichaam dat met zijn spiegelglazen gevels en staalplaten dak zijn omgeving weerspiegelt. Onder het hellend dak van het gebouw is een doorlopend traject uitgezet dat de parkeerdekken, de verschillende congres- en kantoorfuncties en het omliggende park met elkaar verbindt. De ruimtelijke drager van het ontwerp wordt gevormd door een gebouwhoge insnede, georiënteerd op de hoofdsymmetrieas van 'Welgelegen'. Hierdoor wordt een rij kolommen uit het parkeerstramien vrijgemaakt. Deze kolommen, ontdaan van hun dragende functie, worden alleen nog beproefd op hun beeldwaarde. Ze figureren in een door middel van de insnede geënsceneerd centraalperspectief op het hoofdportaal van 'Welgelegen'. De snede is een voorbeeld van de diverse mentale en zintuiglijke verbanden die worden opgeroepen tussen het classicistische paviljoen en de verzonken nieuwbouw. Deze verbanden zijn echter niet expliciet, maar laten ruimte aan het oordeelsvermogen van de beschouwer. Het is precies deze ruimte die volgens Quatremère de Quincy van beslissende betekenis is voor het plezier in architectuur.

Opleiding: TU Eindhoven
Studierichting: architectuur
Mentoren: Gerard van Zeijl, Gijs Wallis de Vries, Sophie Rousseau, Hüsnü Yegenoglu

<tour>