|
Inzendvoorwaarden
De hogere Nederlandse ontwerpopleidingen met de afstudeerrichtingen architectuur, stedebouw en/of landschapsarchitectuur selecteren jaarlijks hun beste afstudeerplannen en sturen die naar Archiprix. De selectie door de opleidingen geschiedt conform de inzendvoorwaarden en de selectiecriteria van Archiprix. Na de verzelfstandiging van de kleinere academies in het afgelopen jaar werd het maximum aantal plannen dat elke opleiding kan selecteren opnieuw vastgesteld. Het totaal veranderde van maximaal 28 in de voorgaande jaren naar maximaal 27 deelnemende plannen vanaf ronde 2003. Volgens de inzendvoorwaarden kunnen de hogere Nederlandse ontwerpopleidingen voor de Archiprix 2003 de volgende aantallen plannen inzenden: Delft 9; Amsterdam 4; Eindhoven 4; Rotterdam 3; Tilburg 2 Wageningen 2; Arnhem 1; Groningen 1 en Maastricht 1. Dit betekent een maximaal aantal van 27 plannen. Naast formele bepalingen bevatten de inzendvoorwaarden de inhoudelijke criteria die de basis vormen voor zowel de selectie van de plannen door de opleidingen als voor de jurybeoordeling. Verlangd wordt dat het ingezonden plan in ieder geval: een ontwerp of ruimtelijk plan als resultaat heeft; een expliciet geformuleerde probleemstelling als uitgangspunt heeft; een inhoudelijke verantwoording bevat van de wijze waarop het plan, uitgaande van de probleemstelling, tot stand is gekomen. Bij de beoordeling wordt vervolgens gelet op de volgende elementen: de analyse van de opgave; de conceptuele kracht van het plan; de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp in combinatie met een zorgvuldige inzet van middelen; de verantwoording in beeld en geschrift en tenslotte de samenhang tussen deze elementen. Deze samenhang is van belang omdat de inzender daarmee aantoont het totale proces te beheersen waarbij het in de opgave gestelde probleem naar een passende ruimtelijke oplossing vertaald wordt.
Jurysamenstelling
Jaarlijks stelt het bestuur van Archiprix een andere, onafhankelijke jury van deskundigen samen. Omwille van de objectiviteit mogen geen personen in de jury zitting hebben die direct betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van een inzending of die een directe relatie hebben met de ontwerper van een ingezonden plan. De jury heeft als taak om alle ingezonden plannen op hun eigen merites te beoordelen en elk afstudeerplan van een kort inhoudelijk commentaar te voorzien. Daarnaast moet de jury uit de inzendingen de beste plannen selecteren, waaronder ze het prijzengeld kan verdelen. De jury bestaat uit vijf personen. Vier deskundigen uit de deelnemende vakgebieden en een theoreticus. De samenstelling van de jury die de afstudeerplannen van de Archiprix 2003 beoordeelde is als volgt:
- Bernard Colenbrander - theorie
- Dick van Gameren - architectuur
- Adriaan Geuze - landschapsarchitectuur
- Martine de Maeseneer - architectuur
- Tjerk Ruimschotel - stedebouw
De secretaris van de jury is Henk van der Veen van Archiprix.
Werkwijze
De jury beoordeelde de plannen op 15 en 25 januari 2003 in Delft. Voorafgaand aan de jurybeoordeling ontving de jury van elk plan een door de ontwerper opgestelde tekst met de essentie van zijn of haar plan. In de periode tussen de beide dagen zijn de ontwerpen en de toelichtingen bij de plannen bestudeerd. De jury beoordeelde elk plan uitgaande van de door Archiprix opgestelde criteria.
 |
ALGEMENE OPMERKINGEN
De Nederlandse ontwerpopleidingen selecteerden 27 afstudeerplannen voor deelname aan de Archiprix 2003. Daarmee zijn alle opleidingen maximaal vertegenwoordigd in deze ronde. Van de 27 plannen zijn er 21 met als afstudeerrichting architectuur, 4 plannen hadden als afstudeerrichting stedebouw en tenslotte zijn 2 projecten ontworpen door deelnemers die afstudeerden in de landschapsarchitectuur. Deze verhouding is voor de Archiprix normaal. Opmerkelijk is wel dat de TU-Delft geen stedebouwplannen selecteerde. Was er vorig jaar veel aandacht voor Rotterdamse locaties, nu lijkt de aandacht weer wat meer naar de regio en het buitenland te verschuiven. Een derde deel van de plannen heeft betrekking op een buitenlandse locatie, daarmee maken de buitenlandse plannen weer een aanzienlijk deel uit van het totaal na een terugval in de voorafgaande jaren. Het aantal van slechts 4 vrouwelijke deelnemers op een totaal van 33 deelnemers is uitzonderlijk laag. Hun aandeel schommelde jaren lang rond de dertig procent. Het percentage vrouwelijke deelnemers is teruggezakt naar het niveau van 1988.
De jury werd bij de beoordeling getroffen door de grote diversiteit aan inzendingen. Het brede spectrum omvat zowel super individuele fascinaties als maatschappelijk betrokken opgaven. Beide uiterste polen zijn goed vertegenwoordigd. Binnen de categorie persoonlijke plannen wordt veelal vorm geven aan een ritueel, met als meest sprekende voorbeelden Cultuurgeneraties en De dood in de stad. Ook plannen als Time-out, Nieuw Nederlands Astmacentrum en Folie Fatale kunnen tot die categorie gerekend worden.
De aandacht voor de infrastructuur in het algemeen en daarbinnen de mobiliteitsesthetiek blijkt zich niet te beperken tot de beroepspraktijk. Ze is ook manifest aanwezig, om niet te zeggen oververtegenwoordigd, in deze lichting afstudeerplannen met voorbeelden als A2-Commerce, Time-out, VASSO, Werk en belevenis, Olympische spelen Rotterdam 2016, Allé Zwolle, Infrabouw, Liège en Farmtycoon.
Met zorg constateert de jury dat de relatie van het ruimtelijk ontwerp met de theoretische onderbouwing over het algemeen niet erg hecht is. Veel afstudeerders lijken hiermee te worstelen. Zelfs bij plannen die het daarvan moeten hebben, zoals de op de praktijk gebaseerde opgaven, is de onderzoekscomponent vaak onvoldoende ontwikkeld. Veelal beperkt het onderzoek zich ten onrechte tot een enkel deelaspect. Om in de praktijk succesvol te kunnen opereren moet een ontwerper juist in staat zijn om gemotiveerd conclusies te trekken uit complexe randvoorwaarden. Bij een gebrekkige onderbouwing doen de ontworpen oplossingen willekeurig aan. In enkele meer filosofisch getinte projecten als Cultuurgeneraties en Folie Fatale is wel sprake van een uitgebreide toelichting. Daar is de toegevoegde waarde echter ook beperkt omdat de afstand tussen het ruimtelijk ontwerp en de theorie niet overbrugd wordt.
Wat tenslotte opvalt is dat enkele projecten de hoogste kwaliteit niet behalen op het eigen vakgebied. Voorbeelden zijn de plannen Farmtycoon en A2-Commerce.
|