Mobile / Home verweeft infrastructuur en bebouwing en creëert op die manier een gedifferentieerd milieu, vermindert de druk op het open landschap en verbetert de relatie van de stedebouw met de infrastructuur. Het plan biedt daarmee een alternatief voor het bestaande Vinex-beleid dat bij ongewijzigde voortzetting tot grote problemen zal leiden. Zo vraagt het tot 2050 een ruimtebeslag ter grootte van de provincie Zuid-Holland, zal de bereikbaarheid van de woningen steeds problematisch worden, de druk op het wegennet nog meer toenemen, terwijl de uitbreidende stad het snelwegnetwerk zeer dicht zal naderen.
Het ene deel van het project bestaat uit een theoretisch model voor toekomstige stedelijke groei gebaseerd op de regels van de weginfrastructuur, het tweede deel is het ontwerp voor een gebouw dat architectuur combineert met infrastructuur.
Het theoretische model is gebaseerd op parallel aan de snelweg aanwezige wegen. Deze hebben drie verschillende snelheden: 20, 50 en 100 km per uur. Hoe landschappelijker de weg, des te langzamer men er rijdt, des te lager de capaciteit van die weg, des te lager de dichtheid aan die weg. Het model benut de onderbelaste capaciteit van bestaande afslagen. Binnen de Randstad is de verstedelijkingsdruk het grootst. Hier werd het model in verschillende landschapstypologieën getest. Daarbij bleek dat het model wordt beïnvloed door het verkavelingspatroon van het aanwezige landschap.
Binnen het ontwikkelde model kunnen 9 verschillende woonsferen ontstaan. De variëteit is een stuk groter dan de eenzijdige woonsferen en typologieën in de bestaande VINEX-wijken. De stedebouw langs de wegen komt voort uit de perceptie van de verschillende snelheden.
De volumes aan de 100km-weg krijgen naast een woonfunctie een kantoorfunctie en een 'snelwegfunctie'. Daar waar extremen in snelheid bij elkaar komen is een volume uitgewerkt. In dit volume bevindt zich een motel. De gevarieerde architectonische expressie komt voort uit de duur van het verblijf in de verschillende woontypologieën en het motel. Met als uitersten een penthouse voor een verblijf van jaren tot een motelkamer voor 1 nacht. Deze verschillen zijn afleesbaar in het ritme van de zuidgevel. Verschillende doelgroepen maken 24 uur per dag gebruik van het gebouw. In de kern bevinden zich functies voor zowel motelgasten, automobilisten, bewoners uit de wijk en bewoners van het gebouw.
Opleiding: TU Delft
Studierichting: architectuur
Mentoren: Deborah Hauptmann, Henco Bekkering, Luisa Calabrese & Rogier Verbeek
|