Archiprix

TOUR
tour>

index
2002

juryrapport archiprix 2002

Kengetallen
Voor de Archiprix 2002 is het maximaal toegestane aantal van 28 plannen ingediend. De deelnemende opleidingen selecteerden 22 afstudeerplannen architectuur, 3 landschapsarchitectuur, 2 stedebouw en 1 plan waarmee de ontwerpster zowel op architectuur als stedebouwkunde afstudeerde. Het aantal stedebouwkundige ontwerpen is na een opleving in het vorig jaar weer teruggezakt. Er is vooral individueel afgestudeerd, slechts één plan werd door twee personen ontworpen. Van de 29 deelnemers, zijn er 21 man en 8 vrouw. Het aandeel van de vrouwelijke deelnemers zakt ten opzichte van de vorige jaren wat terug. Opmerkelijk is dat de verhouding tussen mannen en vrouwen onder de Delftse deelnemers fifty-fifty is. Dat komt redelijk overeen met de studentenpopulatie die in Delft voor iets minder dan de helft uit mannen bestaat. Van alle overige opleidingen zijn slechts drie door vrouwen ontworpen plannen ingediend.
Het aandeel van de opgaven op buitenlandse locaties nam de laatste twee jaar sterk af. In de 10 jaar die daaraan vooraf gaan schommelde het percentage locaties in het buitenland rond de 25%. Dit jaar komt het percentage net boven de 10% uit met welgeteld drie plannen. De Randstad en daarbinnen vooral Rotterdam zijn ongekend populair. De helft van het aantal inzendingen betreft een opgave in de Randstad. Als de beide plannen voor Almere en het plan voor Amersfoort er bij worden geteld stijgt het percentage plannen voor deze regio zelfs naar 60. Er zijn maar liefst zes plannen voor een locatie in Rotterdam.

Inzendvoorwaarden
De hogere Nederlandse ontwerpopleidingen met de afstudeerrichtingen architectuur, stedebouw en/of landschapsarchitectuur selecteren jaarlijks hun beste afstudeerplannen en sturen die naar Archiprix. De selectie door de opleidingen geschiedt conform de inzendvoorwaarden en de selectiecriteria van Archiprix. Volgens de inzendvoorwaarden kunnen de hogere Nederlandse ontwerpopleidingen voor de Archiprix 2002 de volgende aantallen plannen inzenden: Delft 9; Rotterdam (inclusief Arnhem en Groningen) 5; Amsterdam (inclusief Maastricht) 5; Eindhoven 4; Tilburg 3 en Wageningen 2. Dit betekent een maximaal aantal van 28 plannen. Naast formele bepalingen bevatten de inzendvoorwaarden de inhoudelijke criteria die de basis vormen voor zowel de selectie van de plannen door de opleidingen als voor de jurybeoordeling. Verlangd wordt dat het ingezonden plan in ieder geval: een ontwerp of ruimtelijk plan als resultaat heeft; een expliciet geformuleerde probleemstelling als uitgangspunt heeft; een inhoudelijke verantwoording bevat van de wijze waarop het plan, uitgaande van de probleemstelling, tot stand is gekomen. Bij de beoordeling wordt vervolgens gelet op de volgende elementen: de analyse van de opgave; de conceptuele kracht van het plan; de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp in combinatie met een zorgvuldige inzet van middelen; de verantwoording in beeld en geschrift en tenslotte de samenhang tussen deze elementen. Deze samenhang is van belang omdat de inzender daarmee aantoont het totale proces te beheersen waarbij het in de opgave gestelde probleem naar een passende ruimtelijke oplossing vertaald wordt.

Jurysamenstelling
Jaarlijks stelt het bestuur van Archiprix een andere, onafhankelijke jury van deskundigen samen. Omwille van de objectiviteit mogen geen personen in de jury zitting hebben die direct betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van een inzending of die een directe relatie hebben met de ontwerper van een ingezonden plan. De jury heeft als taak om alle ingezonden plannen op hun eigen merites te beoordelen en elk afstudeerplan van een kort inhoudelijk commentaar te voorzien. Daarnaast moet de jury uit de inzendingen de beste plannen selecteren, waaronder ze het prijzengeld kan verdelen. De jury bestaat uit vijf personen. Vier deskundigen uit de deelnemende vakgebieden en een theoreticus. De samenstelling van de jury die de afstudeerplannen van de Archiprix 2002 beoordeelde is als volgt:

  • Paul van Beek - landschapsarchitectuur
  • Roy Bijhouwer - stedebouw
  • Jacq. de Brouwer - architectuur
  • Winka Dubbeldam - architectuur
  • Harm Tilman - theorie

De secretaris van de jury is Henk van der Veen van Archiprix.

Werkwijze
De jury beoordeelde de plannen op 8 en 11 januari 2002 in Delft. Voorafgaand aan de jurybeoordeling ontving de jury van elk plan een door de ontwerper opgestelde tekst met de essentie van zijn of haar plan. In de periode tussen de beide dagen zijn de ontwerpen en de toelichtingen bij de plannen bestudeerd. De jury beoordeelde elk plan uitgaande van de door Archiprix opgestelde criteria.

Algemene opmerkingen
Alvorens de inzendingen per plan te bespreken eerst enkele observaties met betrekking tot de gehele oogst van 2002. Bij het overzien van het geheel aan inzendingen signaleerde de jury de hieronder vermelde tendensen.

Kwaliteit - Het ruimtelijk ontwerp van de architectuurinzendingen is over het algemeen van een behoorlijk hoog niveau. Het ruimtelijk ontwerp is daarbij veelal goed toegesneden op het te huisvesten programma. Dat is verheugend, te meer omdat dit belangrijke kwaliteitsaspecten zijn. Een kritische kanttekening plaatst de jury bij het merendeel van de plannen waar het de verhouding tussen theorie en ontwerp betreft. Aan de ene kant werd de jury geconfronteerd met topzware theoretische verhandelingen zonder noemenswaardige band met de ontwerpen. Tegelijkertijd zijn er bij de inzendingen op zichzelf goede ontwerpen die het echter moeten stellen zonder relevante toelichting, met als gevolg dat de gebouwen in kwestie niet tot leven komen. De jury is van mening dat de opleidingen hier meer aandacht aan moeten schenken. Tevens wordt er vaak niet of onvoldoende methodisch gewerkt. Het begint niet zelden al bij een weinig inspirerende probleemstelling, vervolgens is het proces gewoonlijk lineair en direct gericht op het ontwerp. Van terugkoppeling of reflectie is meestel geen sprake, vanaf de start lijkt men gepreoccupeerd met het eindresultaat. Er vindt weinig vergelijkend onderzoek plaats dat zou kunnen leiden tot vernieuwende oplossingen. Daarnaast ontbreekt vaak de logische samenhang tussen de probleemstelling en het plan.
Een uitzondering vormen de projecten Boekomslag - Stadsbibliotheek - 's-Hertogenbosch, Biceps, Kritische massa, 3 Intuitive studies of Manhattan + Almere's Identity of Non-Identity, Dealing with Vierhaven en in iets mindere mate De Bandbreedte van de Activiteit. Onder het ontwerp van deze betere plannen ligt wel een heldere, samenhangende structuur, terwijl ze daarnaast begeleid worden door goed leesbare, logische opgebouwde toelichtingen.

Vrijplaats - Binnen de verzameling plannen zijn twee hoofdstromen te onderscheiden. Er is sprake van plannen die zowel voor wat betreft de opgave als de uitwerking dicht bij de realiteit blijven, zoals Randstadspoor, Oslo opera House en Boekomslag. Daarnaast zijn er studies die resulteren in een ontwerp zoals 3 Intuitive studies of Manhattan + Almere's Identity of Non-Identity, Kritische massa, Andere ruimte, Ontwerpmethode voor een architectuur van de verrassing, Dealing with Vierhaven en in mindere mate Mobile / Home. Interessant bij een aantal van deze meer studieuze plannen is dat de ontwerpers zich op basis van het onderzoek een vrijplaats creëren waarbinnen ze tot originele, vernieuwende oplossingen komen. Deze benadering waarbij ideeën ontwikkeld worden vanuit een visie op de architectuur, leidt opvallend vaak tot bijzondere resultaten. De jury acht deze wending naar de architectuur van het grootste belang.

Begeleiding door de opleiding - De jury heeft de indruk dat de fascinatie van de ontwerper voor een interessante opgave door sommige opleidingen soms onvoldoende wordt gekanaliseerd. Enkele plannen hadden aan kracht kunnen winnen als de begeleiding beter op hoofdlijnen had gestuurd. Het betreft plannen als Uptown, Ontwerpmethode voor een architectuur van de verrassing, Snelwegwonen, Westerwolde, MA7x en Andere ruimte. In sommige landen waaronder Amerika worden de onderwijsdoelstellingen streng bewaakt, hetgeen in de consistentie van de afstudeerplannen tot uitdrukking komt. Dat lijkt in Nederland minder het geval.

Thema's - De infrastructuur, vaak in combinatie met wonen, blijkt het populairste afstudeerthema te zijn. Daarvan getuigen projecten als Mobile / home, Snelwegwonen, Andere ruimte, Een brug te ver, Biceps, MA7x, Rotterdam Art Centre, Randstadspoor en Zeppelinhaven.
Geheel tegen de verwachting in ontbreken thema's die je onder de afstudeerplannen wel zou verwachten. Ofwel omdat die thema's belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het vakgebied ofwel omdat het opgaven betreft die in de praktijk spelen. Zo is er in deze selectie voor de Archiprix nauwelijks aandacht voor het wonen op het niveau van de woningplattegrond en het interieur. Daarnaast ontbreken de kleinschalige opgaven voor de openbare ruimte zoals het plein en de tuin. Gezien de grote belangstelling voor de infrastructuur tenslotte wekt het verbazing dat er geen aandacht is voor transferia.

De vakgebieden - Het belangrijkste en meest structurele probleem lijkt te liggen op het terrein van de vakgebieden. Het niveau van het merendeel van de ingediende landschapsarchitectuur plannen kan zich niet meten met de kwaliteit van de architectuurplannen. Ook het merendeel van de stedebouwplannen behaalt op het terrein van het eigen vakgebied niet het hoge niveau dat hier verwacht mag worden. Daarnaast schort het aan de onderlinge aansluiting van de drie vakgebieden. De jury is zich goed bewust van het feit dat ze dit signaal afgeeft op basis van een beperkt aantal plannen, het zouden desalniettemin de beste moeten zijn die er het afgelopen jaar tot stand kwamen. Juist omdat er in de praktijk grote behoefte is aan de inbreng van visionaire ontwerpers op de hogere schaalniveaus is het dramatisch te moeten concluderen dat er zo weinig goede landschapsarchitecten en stedebouwers worden opgeleid. Vooral op het terrein van de landschapsarchitectuur lijkt dit probleem te spelen. Een verdere professionele acceleratie is immers hard nodig. De stedelijke herstructurering, het stedebouwkundig ontwerpen op regionale schaal, de grootschalige transformaties in de landbouw en de waterbeheersing alsook de profilering van het landschap in de voortschrijdende veranderingsprocessen van noordwest Europa vragen de inzet van nog veel meer talentvolle ontwerpers. Het noodzakelijke inzicht in de problematiek van het landschap ontbreekt momenteel bij de overheid en ook bij de opleidingen en daarmee bij de nieuwe professionals.
Net als in de praktijk zien we bij de studentenplannen dat de andere disciplines zich werpen op het vakgebied van de landschapsarchitectuur. De landschapsarchitectonische ontwerpen van architecten en stedebouwers halen echter niet het gewenste kwaliteitsniveau. Overigens zijn ook de architectonische voorstellen van de landschapsarchitectuur studenten weinig overtuigend. Iedere discipline vereist een eigen attitude en bestrijkt een specifiek schaalniveau en kennisgebied.
De jury acht openheid en samenwerking tussen de vakgebieden van groot belang. Als voorbereiding op de praktijk zou multidisciplinaire samenwerking in de studie een bijdrage kunnen leveren aan de samenhang tussen de vakgebieden en het articuleren van de eigen discipline. Voor de ontwerpers in de verschillende vakgebieden is het noodzakelijk om een goede notie van de aanpalende vakgebieden te hebben. Daarbij moeten de verschillende disciplines vanuit huneigen verantwoordelijkheden de grenzen van elkaars vakgebieden opzoeken. Voor de architect is het van belang om de dynamische stedelijke en landschappelijke problematiek te begrijpen. Het is belangrijk dat de eigen discipline herkenbaar blijft in het ontwerp. Multidisciplinair werken met ontwerpers, en beleidsmakers zou interessante resultaten kunnen opleveren. Op die manier wordt de deskundigheid ingebracht die noodzakelijk is als men aan opgaven werkt die de grenzen van het eigen vakgebied overschrijden. Daarmee zou de kwaliteit van dergelijke integrale plannen verhoogd kunnen worden.

Archiprix

TOUR
tour>

Prijzen
Onder de inzendingen blijkt sprake te zijn van een brede toplaag van kwalitatief hoogwaardige plannen. Na het bespreken van de afzonderlijke plannen is een inventarisatie gemaakt van de kanshebbers voor een prijs of een eervolle vermelding. De groslijst met kanshebbers bestaat uit de volgende elf plannen. In alfabetische volgorde: 3 Intuitive studies of Manhattan + Almere's Identity of Non-Identity van Olv Klijn, Andere ruimte van Dennis Hofman, Biceps van Ingeborg Thoral, Boekomslag - Stadsbibliotheek - 's-Hertogenbosch van Rob Willemse, De Bandbreedte van de Activiteit van William Veerbeek, De Laatste Plaats - vrijheid in afscheid - van Ilona van Alphen, Dealing with Vierhaven van Harm Timmermans, Kritische Massa van Kyra Frankort, M.A.S. museum aan de stroom van Ralf van der Donck, Rotterdam Art Centre van Sean Matsumoto, Zeppelinhaven te Schaesberg van Maurice Jennekens. De jury was het er vervolgens unaniem over eens dat vier plannen boven de andere uitsteken. Deze vier zijn door álle juryleden genomineerd. Aan deze plannen kent de jury de volgende prijzen toe:

gedeelde eerste prijs

tweede prijs

eervolle vermelding