|
Statistiek
De gezamenlijke Nederlandse ontwerpopleidingen stuurden voor de ronde 2001 26 plannen in, twee minder dan het maximale aantal. De Landbouwuniversiteit Wageningen en de Technische Universiteit van Eindhoven selecteerden elk één plan minder dan het toegestane maximum. Van de inzendingen is er slechts één afstudeerplan van de studierichting landschapsarchitectuur, drie van de studierichting stedebouw, twee plannen van zowel architectuur als stedebouw, de rest ofwel 20 plannen werd geselecteerd uit de afstudeerrichting architectuur. Zes projecten werden door twee personen ontworpen, in totaal werkten 32 ontwerpers aan de plannen. Het aandeel van de vrouwelijke deelnemers stabiliseert zich op een derde. Het aantal van drie buitenlandse locaties is het laagste van de afgelopen 10 jaar.
Inzendvoorwaarden
De hogere Nederlandse ontwerpopleidingen met de afstudeerrichtingen architectuur, stedebouw en/of landschapsarchitectuur selecteren jaarlijks hun beste afstudeerplannen en sturen die naar Archiprix. De selectie door de opleidingen geschiedt conform de inzendvoorwaarden en de selectiecriteria van Archiprix. Volgens de inzendvoorwaarden konden de hogere Nederlandse ontwerpopleidingen voor de Archiprix 2001 de volgende aantallen plannen inzenden: Delft 9; Rotterdam (inclusief Arnhem en Groningen) 5; Amsterdam (inclusief Maastricht) 5; Eindhoven 4; Tilburg 3 en Wageningen 2. Dit betekent een maximaal aantal van 28 plannen. Naast formele bepalingen bevatten de inzendvoorwaarden de inhoudelijke criteria die de basis vormen voor zowel de selectie van de plannen door de opleidingen als voor de jurybeoordeling. Verlangd wordt dat het ingezonden plan in ieder geval: een ontwerp of ruimtelijk plan als resultaat heeft; een expliciet geformuleerde probleemstelling als uitgangspunt heeft; een inhoudelijke verantwoording bevat van de wijze waarop het plan, uitgaande van de probleemstelling, tot stand is gekomen. Bij de beoordeling wordt vervolgens gelet op de volgende elementen: de analyse van de opgave; de conceptuele kracht van het plan; de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp in combinatie met een zorgvuldige inzet van middelen; de verantwoording in beeld en geschrift en tenslotte de samenhang tussen deze elementen. Deze samenhang is van belang omdat de inzender daarmee aantoont het totale proces te beheersen waarbij het in de opgave gestelde probleem naar een passende ruimtelijke oplossing vertaald wordt.
Jurysamenstelling
Jaarlijks stelt het bestuur van Archiprix een andere, onafhankelijke jury van deskundigen samen. Omwille van de objectiviteit mogen geen personen in de jury zitting hebben die direct betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van een inzending of die een directe relatie hebben met de ontwerper van een ingezonden plan. De jury heeft als taak om alle ingezonden plannen op hun eigen merites te beoordelen en elk afstudeerplan van een kort inhoudelijk commentaar te voorzien. Daarnaast moet de jury uit de inzendingen de beste plannen selecteren, waaronder ze het prijzengeld kan verdelen. De jury bestaat uit vijf personen. Vier deskundigen uit de deelnemende vakgebieden en een theoreticus. De samenstelling van de jury die de afstudeerplannen van de Archiprix 2001 beoordeelde is als volgt:
- Herman Hertzberger - architectuur
- Hilde Heynen - theorie
- Martin Knuijt - landschapsarchitectuur
- Michiel Riedijk - architectuur
- Ton Schaap - stedebouw
Werkwijze
De jury beoordeelde de plannen op 9 en 16 januari 2001 in Delft. Voorafgaand aan de jurybeoordeling ontving de jury van elk plan een door de ontwerper opgestelde tekst met de essentie van zijn of haar plan. In de periode tussen de beide dagen werden de toelichtingen bij de plannen bestudeerd. De jury beoordeelde elk plan uitgaande van de door Archiprix opgestelde criteria. Daarnaast heeft de jury vernieuwende elementen in een plan meegewogen in haar oordeel.
Algemene opmerkingen
Bij de beoordeling van de inzendingen voor de Archiprix kwam een aantal meer algemene tendensen aan het licht die de jury de moeite van het vermelden waard acht. Deze komen hieronder kort aan de orde.
Presentatie. Bij het binnentreden van de tentoonstellingsruimte met de inzendingen is het eerste wat opvalt het grafische geweld dat de deelnemers inzetten om de projecten te presenteren. De nadruk op de presentatie neemt een hoge vlucht. Deze tendens wordt gefaciliteerd door de computer apparatuur en programmatuur. In sommige gevallen leidt de overweldigende presentatie niet tot een beter inzicht in het plan, maar ontneemt het beeld het zicht op de inhoud. In andere gevallen zoals bij het plan Maison Fleximum ligt de presentatie direct in het verlengde van het ontwerp en geeft de inzet van de computer in de presentatie een belangrijke bijdrage aan het inzichtelijk maken van de bedoelingen.
De inzendingen bestrijken een breed scala aan thema's. Daaronder bevindt zich een groot aantal maatschappelijk relevante opgaven. Het is verheugend om te constateren dat er in het afstuderen oog is voor problemen die in de praktijk om oplossingen vragen, en vooral dat er daarbij gezocht wordt naar nieuwe wegen.
Hergebruik van bestaande bouwwerken wordt langzamerhand een steeds belangrijker ontwerpopgave. In de Archiprix 2001 zijn er twee interessante voorbeelden die ingaan op de problematiek van in onbruik geraakte bouwwerken. Beide plannen hebben vernieuwende aspecten. Zombie ontwikkelt een veelbelovende strategie voor leegstaande kantoorgebouwen in stedelijke gebieden. Silo transformeert een leegstaande graansilo in Rotterdam tot cultureel centrum waarbij de zeer specifieke honingraatstructuur van de Silo wordt gereactiveerd ten behoeve van een totaal andere functie, wat een ongedachte ruimtelijkheid oplevert.
Water is een actueel en interessant thema dat op verschillende schaalniveaus aan bod komt. Elbeiland en Kringloop dragen op het hoge schaalniveaus realistische oplossingen aan, terwijl Waar de rivier de stad ontmoet ingaat op het wonen in de uiterwaarden.
Locatie. De inpassing in de situatie krijgt niet steeds de aandacht die het verdient. Een relatief groot aantal plannen is gesitueerd op een prachtige locatie, waarvan de kwaliteit vervolgens door het plan geweld wordt aangedaan.
Wonen is als afstudeeropgave terecht weer helemaal terug. Ruim een derde van de plannen heeft betrekking op het wonen waarbij onder meer wordt ingegaan op het combineren van de woon- werkfunctie.
Verdichting. Wellicht het meest relevant voor het aanzien van Nederland in de toekomst is de verdichting van de bestaande steden. Zowel voor het sparen van het onbebouwde gebied als het revitaliseren van de stedelijke gebieden. De aandacht voor dit thema en het hoge niveau waarop het in de projecten wordt uitgewerkt is dan ook zeer verheugend. Meer dan de helft van de inzendingen gaat in meerdere of mindere mate in op de intensivering van bestaande stedelijke gebieden. Met name de voorstellen voor de verdichting van binnensteden Geïmplanteerde stad, Een ondergronds Leidseplein en Het Elbeiland voegen nieuwe elementen toe aan de discussie over dit thema.
Techniek. Als veld van aandacht bleef de techniek de laatste jaren achter bij de overweldigende bloei van het 'concept'. Een nieuw academisme leek daarmee zijn intrede te doen. Verheugend is daarom de aandacht voor de techniek van het bouwen in de breedste zin van het woord en het kennelijke plezier dat spreekt uit de voorstellen op het gebied van technische vernieuwingen als Een ondergronds Leidseplein en vooral Maison fleximum. Wellicht is het een eerste stap naar een nieuwe negentiende eeuw met opvolgers voor Paxton en Eiffel die de grote achterstand kunnen verkleinen van de architectuur ten opzichte van het industrieel ontwerp.
Uit de inzendingen voor de Archiprix 2001 blijkt tenslotte weer eens hoe groot vandaag de dag de invloed van OMA op het werk en het denken van studenten is.
|