|
Aan het ontwerp voor een cultureel instituut aan de Belgische kust ligt een diepe fascinatie voor het waarnemen van een gebouw als object ten grondslag. In het theoretische deel van het project wordt inzicht verkregen in wat een architectonisch object zou moeten zijn. Gebouwen met reflexieve en iconische waarden bestaan al zolang de mens bouwt. Architectonische objecten maken zich los van hun gebouwde context, ze verwijzen naar iets hogers. In vorige eeuwen refereren architectonische objecten meestal aan de kerkelijke of burgerlijke macht. In deze eeuw treedt een verschuiving op in de richting van economische, culturele en maatschappelijke krachten. Het Architectonische Object werkt als een gebouwde spiegel, het is geen autonoom object dat zijn context negeert maar speelt er een spel mee, gaat er een dialoog mee aan.
De Belgische kust dient als locatie vanwege het sterke en objectmatige karakter van de 60 kilometer lange compacte lijnvormige recreatieve stad met appartementen en hotels. Deze 50 meter dikke muur ingeklemd tussen de zee en de parallelle hoofdweg komt voort uit een utopisch plan en vormt sinds 1893 een uniek fenomeen in noord Europa. Het ontwerp voor het Cultureel Instituut voor en aan de Belgische kust fungeer als landmark, icoon voor de kust. Het is een plek waar men de culturele en historische geschiedenis van de kust verzamelt en presenteert. Een plek ook waar de vroegere toeristische activiteiten van de kust als cultuur, openluchtrecreatie en flaneren opnieuw ter sprake komen. Een gebouw dat zowel in zijn programma als in zijn opbouw en werking een weergave vormt van de Kustmuur en daar tegelijkertijd een dialoog mee aangaat.
Opleiding: TU Delft
Studierichting: architectuur
Mentoren: Wim van den Bergh, Arie Graafland & Frans Boot |