2000

Archiprix

TOUR
<tour>

Landgoed, a culture of decongestion - Marije ten Kate

 

Het platteland wacht drastische veranderingen. Dit project voor een veenpolder in de Hoeksche Waard onderzoekt de rol die het landgoed zou kunnen spelen in gebieden waar de landbouw verdwijnt. Uit onderzoek naar het fenomeen landgoed en de situatie op het platteland is een formule gedestilleerd waaraan een eigentijds landgoed zou moeten voldoen. De formule omvat vijf aspecten en grijpt in op verschillende schaalniveaus.

LANDGOED = E + D + B + N + S
E= Grootschalig landschappelijk structurerend Element
D= Domein
B= Bebouwing
N= Natuurvisie
S= Spelende mens

E - In de gebieden waar de landbouw zal verdwijnen worden reeksen van landgoederen geïntroduceerd. Door ze te organiseren langs elementen van een nog grotere schaal, zoals rivieren, wegen en gradiënten blijft ook in de toekomst de grote maat te ervaren. De onbebouwde zones vormen een stelsel van vista's die aangrijpen op punten waar het wegennet in de polder aansluit op de omringende dijk.

D & B - De bebouwing vormt een gezichtsbepalend onderdeel van een landgoed. Om te voorkomen dat de bebouwing de overhand neemt worden grenzen gesteld aan het geveloppervlak en het vloeroppervlak. Een kavel is uitgewerkt tot een ontwerp voor een landgoed.

N - De natuurvisie staat bebouwing toe op plekken die als natuurgebied worden beschouwd, daarnaast is de vormgeving van de natuur zelf een tweede uitgangspunt. De vista's zijn bepalend voor de terreinindeling, de vormgeving van de waterpartijen sluit aan bij de strakke belijning van de bosblokken en hagen.

S - De introductie van de 'Spelende Mens', (Huizinga) blaast het fenomeen landgoed nieuw leven in. De spelende mens kreeg in het ontwerp gestalte door terug te grijpen op de collectieve aspecten van de burgerstad, waarbij de verweving van het gemeenschappelijke en het private centraal staat.

Het ontwerp is een bewerking van de villa der villa's: La Rotonda van Palladio. De plattegrond van de Rotonda is getransformeerd door de factor tijd toe te voegen. Elke verdieping bevat naast twee appartementen een collectief gedeelte. De collectieve ruimtes vormen een spiraalvormige ruimte binnen het cilindervormige gebouw. In het midden bevindt zich een schroeflift. Beneden in de spiraal richt het programma zich op lichamelijke bezigheden (zwemmen, fitness), bovenin ligt de nadruk meer op geestelijke ontspanning en vorming (atelier, bibliotheek). Op het dak, de plek waar onbelemmerd uitzicht verwacht zou worden, bevindt zich de saunatuin, vormgegeven als hortus conclusus (omsloten tuin).

Opleiding: TU Delft
Studierichting: architectuur
Mentoren: Carel Weeber, Jan van der Woord & Eric van der Kooy

<tour>