|
|
||
|
De plannen en de makers Inzendvoorwaarden Jurysamenstelling
Het jurylid René Boomkens moest wegens ziekte verstek laten gaan. De secretaris van de jury is Henk van der Veen van het secretariaat van Archiprix. De jury beoordeelde de inzendingen op drie dagen in januari en februari 2000 te Delft. Algemene opmerkingen Ruimtelijke kwaliteit. In zijn algemeenheid geven de inzendingen blijk van een hoog ontwikkeld analytisch vermogen van de afstudeerders. Het onderzoek krijgt binnen de plannen relatief veel aandacht. Er is sprake van veel onderzoekend ontwerpen waarbij een breed scala aan aspecten aan de orde komt, ook van buiten het eigen vakgebied. De stellingname ten aanzien van de behandelde thematiek vindt plaats in de toelichting bij het plan. De ruimtelijke uitwerking van het ontwerp blijft in het algemeen achter bij het onderzoek. De stellingname die uit de tekst spreekt is in het ruimtelijk concept meestal niet meer terug te vinden, bovendien wordt het ontwerp vaak niet erg ver uitgewerkt en blijft daardoor schematisch. Vaak is er (te) weinig aandacht voor de ruimtelijke ontwikkeling, de detaillering en de constructie. Dit geldt vooral voor de architectuurplannen, waar de jury liever ruimtelijke virtuositeit ziet dan een uitgebreide analyse. In zijn algemeenheid geldt ze overigens ook voor de andere deelnemende vakgebieden. Meer aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit zou in positieve zin kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de plannen. Een aantal inzendingen onttrekt zich aan deze tendens door zich te concentreren op het ruimtelijk ontwerp. Dat geldt met name voor 'Aan den Aemstel', 'Intercity Business Representation centre', 'InMArGINE: Ontwerp voor een plek van de dood op de Müllerpier in Rotterdam', 'Luxe stadsvilla's en de schilderijen van Francis Bacon' en 'Object Architecture on the Belgian Coast'. De diepte en/of de breedte. Veel plannen begeven zich buiten het eigen vakgebied. Zo spelen stedebouwkundige en vooral landschapsarchitectonische aspecten in veel architectuurplannen een belangrijke rol. Ook is er sprake van uitstapjes naar vakgebieden die niet direct op het terrein van het ruimtelijk ontwerpen liggen zoals de ecologie, de planologie en de nieuwe media. Uitzonderingen daargelaten bereiken de plannen geen hoge kwaliteit op de terreinen die buiten het eigen vakgebied liggen. Het lijkt daarom zinvol om aan dergelijke plannen in interdisciplinaire ontwerpgroepen te werken. Dat zou niet alleen de dialoog tussen de vakgebieden kunnen verbeteren maar ook de kwaliteit van de plannen ten goede kunnen komen. Van de drie vakgebieden neemt de landschapsarchitectuur een bijzondere positie in. Landschapsarchitectuur is bij uitstek het vakgebied waarbij de controle zich over alle schaalniveaus moet uitstrekken. Omdat dit vakgebied op het hoogste schaalniveau opereert zou het van daaruit richting moeten geven aan de stedebouwkundige en architectonische elementen binnen het landschapsplan. Dat is echter bij geen van de landschapsplannen in voldoende mate het geval. Hoewel in de landschapsplannen wel wordt 'gepraat' over stedebouw en architectuur blijven ze op die terreinen onderontwikkeld omdat de ruimtelijke aspecten onvoldoende aan bod komen en in de regel geen hoge kwaliteit hebben. Andersom blijken architecten soms wel hoogwaardige ruimtelijke landschapsarchitectonische voorstellen te ontwerpen maar schieten vervolgens op andere landschapsaspecten tekort. Alleen 'Het gelaagde land' combineert alle drie de vakgebieden op een consistente wijze in één plan. De jury heeft al met al de indruk dat de kwaliteit van afstudeerplannen verhoogd kan worden als de ontwerpers zich sterker concentreren op de kern van de opgave. De infrastructuur blijkt een uitermate populair thema. De infrastructuur speelt een rol in meer dan de helft van alle plannen, waarvan er twee in het bijzonder vermeldenswaard zijn omdat ze op een vernieuwende wijze ingaan op de problematiek van de infrastructuur. Bij 'Het gelaagde land' speelt de infrastructuur een hoofdrol in de strategie van versnellen en vertragen terwijl 'Infra ecologie' op intrigerende wijze infrastructuur aan ecologie koppelt. Vertraging en versnelling. Het tijdsaspect blijkt een populair thema. Binnen de Archiprix inzendingen komt dit tot uitdrukking in twee uitersten. Aan de ene zijde van het spectrum bevinden zich plannen die zich bezighouden met technologische ontwikkelingen en de versnelde wereld, aan de andere zijde plannen die zich richten op de natuur en de onthaasting. Om te beginnen met deze laatste categorie, zien we dat een relatief groot aantal plannen nadrukkelijk afstand neemt van de actualiteit. In de meeste gevallen krijgt de ontsnapping aan de versnelling het karakter van een vlucht uit de jachtige stedelijk georiënteerde maatschappij naar de natuur. Deze benadering levert wel sympathieke plannen op, maar er komen geen vernieuwende visies uit voort. Daar tegenover staan plannen waarin het geloof in de technologie en de versnelling aan de orde komt. Een aansprekend voorbeeld is 'Infra ecologie'. Het is opvallend dat het thema van de tijd niet alleen in plannen op het hogere schaalniveau voorkomt maar zich ook op objectniveau voordoet. Voorbeelden zijn 'HTLT / Pier 11 NYC', 'Kuuroord Dode Zee' en de waterwoningen in het plan 'Natuur huis houding'. 'Het gelaagde land' tenslotte brengt vertraging en versnelling samen binnen één model en voegt daarmee een vernieuwende visie toe aan dit onderwerp. Maatschappelijke relevantie. Hoewel de jury als eerste toegeeft dat een afstudeerplan niet perse maatschappelijk relevant hoeft te zijn, verwacht ze wel dat maatschappelijk relevante opgaven in afstudeerplannen worden aangepakt. Het is dan ook verheugend om te constateren dat dit bij een aantal plannen gebeurt. Voorbeelden zijn 'Easytown', 'Het gelaagde land', 'Het volkspark van de 21e eeuw?', 'Hokken op de Hoef', 'Infra ecologie', 'Jungle Port City', 'Landgoed, a culture of decongestion', 'Verslingerd aan het Wilde Leven' en 'Wat Water Overlaat'. Overigens is er opvallend weinig aandacht voor een aantal belangrijke maatschappelijk relevante thema's die de komende generatie ontwerpers op zijn of haar pad zal vinden. Zo wekt het enige verbazing dat maar weinig plannen ingaan op actuele vraagstukken met betrekking tot nieuwe woonvormen, werken en milieuaspecten van het bouwen. Labyrinth en ritueel. Uit de plannen blijkt een hernieuwde aandacht voor het zwaarmoedige, onderaardse dat zich uit in het labyrinth en het ritueel. Is de lichtheid van het gebouw ondraaglijk geworden of komt deze reflectieve tendens voort uit het, ten tijde van het plannenmaken, naderende einde van het millennium? Balancerend op de rand. Veel gebouwen zijn gesitueerd aan de rand, op landschappelijke overgangen, de grens van land en water, eb en vloed, hoog en laag. In vergelijking daarmee lijkt de aandacht voor het centrum te verminderen. CAD. De meeste planpresentaties kwamen met behulp van de computer tot stand. Vooral bij het plan Transformatorium overtuigen de schitterende fotorealistische perspectieven. De nieuwe media zijn verder opvallend afwezig. De meeste presentaties bestaan uit de traditionele tekeningen en maquettes. Uit niets blijkt dat de computer op enige schaal als hulpmiddel is ingezet in het ontwerpproces. In dat opzicht lijken de opleidingen achter te lopen bij de praktijk. |
|||
|
Prijzen Gedeelde eerste prijs
Eervolle vermelding
|
||
|
|
|||