|
InMArGINE wil een plek scheppen waar leven en dood samenkomen. Een plek waar men beseft dat het leven het waard is geleefd te worden. Een plek waar men niet alleen afscheid neemt, maar ook even tot rust kan komen en aan het dagelijks leven kan ontsnappen.
Door het bestuderen van de geschiedenis van de dood kwam ik tot de conclusie dat de plek van de dood zich in een aantal spanningsvelden bevindt. Een spanningsveld tussen leven en dood, tussen stad en land, tussen publiek en privé. De plek van de dood bevindt zich in een tussengebied, een marge. Zo is de pier dan ook ontworpen, als een marge waarbij uitersten worden samengebracht. De levenden dringen door middel van beweging de wereld van de doden binnen. Deze beweging vindt niet zoals in de stad in de open ruimte plaats, maar in de massa die gevormd wordt door twee muren. Openingen zorgen voor het contact met de leegte erachter. Door herhaling van de openingen ontstaat het besef van beweging, het besef van leven. Aan het einde van de pier staan torentjes die een verlangen oproepen. Eenmaal daar aangekomen blijken de torens de urnen en de knekels te behuizen. Het uitzicht is er fenomenaal. De leegte van het wateroppervlak symboliseert de dood. Als frozen moments wordt dit golvende oppervlak voortgezet in de velden. Er ontstaat reliëf tussen de massa's. De muren bieden bescherming aan het private ritueel dat plaats vindt op de velden. Verder is er een eindeloze leegte, soms dichtbij en soms veraf.
Niet alleen de plek maar ook het programma bevindt zich in een spanningsveld tussen het ritueel van het begraven van een geliefd persoon en de recreatie. Omdat het leven zonder de dierbare overledene nooit meer hetzelfde zal zijn, is de route van het ritueel doorlopend en altijd anders. De route is een geleidelijke overgang van buiten naar binnen. Vanaf het water of uit de stad komt men via de route in de wachtruimte. Van hieruit betreedt men de aula, een kerkachtige ruimte. Na de aula worden de routes van het begrafenisritueel en die van de crematieceremonie van elkaar gescheiden. Ze komen weer samen in de koffiekamer die het karakter heeft van een huiskamer. Langzaam wordt men weer teruggebracht naar de stad vanuit de wereld in een wereld en terug naar de wereld. De continue route verbindt de stad en de plek van de dood naadloos met elkaar. Het gebouw is opgenomen in het landschap. De grens tussen landschap en gebouw is subjectief.
Opleiding: TU Eindhoven
Studierichting: architectuur
Mentoren: Hans Ruyssenaars, Tom Dubbelman & Han Lörzing |