|
De infrastructuur beslaat 3% van de Nederlandse bodem. Regelgeving ten aanzien van de hinder maakt dat de invloedssfeer van de infrastructuur een factor 10 groter is. Dertig procent van Nederland is daardoor slechts beperkt bruikbaar en kent een selectief aantal programma's. Doel van het onderzoek is om het gehinderde oppervlak toegankelijk te maken voor elk programma. Vier modellen presenteren concrete oplossingen.
Een infra ecologie zet de verschillende vormen van hinder om door middel van een proces van spreiding, concentratie en absorptie door productiegewassen of productielandschappen. Wonen, werken en recreatie profiteren direct van de vrijgekomen energie, van de gewassen én de optimale bereikbaarheid van de locatie.
In BP-Koolzaad, een netwerk van pompstations langs autowegen, nemen energiegewassen de overvloedige uitstoot van kooldioxide op. Koolzaad, algen, bieten en wilgen leveren vervolgens voldoende brandstof voor het Nederlandse wegverkeer. De zuurstof die vrijkomt bij fotosynthese wordt verbruikt in het verbrandingsproces. De benzinepomp is niet langer alleen een door infrastructuur gegenereerd programma, maar geeft tevens uitdrukking aan het agrarisch landschap.
Het recreatieoord Spa-Spar ligt op kruisingen van water- en autowegen. Vervuild water wordt in een koepel gereinigd door ozon. Die ontstaat onder invloed van zoninstraling uit de reactie van sparrengeur met stikstofoxide uit uitlaatgassen. Het schone water stroomt langs het motel via spabaden terug naar de rivier door een rotsachtig naaldwoud.
Het Golfcircuit bevindt zich bij de samenkomst van waterweg en spoorbaan. Een nieuw aan te leggen spoorbaan als de Betuwelijn wordt in een half-verdiepte tunnelbak in het water gelegd. De trillingen van passerende treinen en binnenvaartschepen wekken golven op die op hun beurt door een generator worden omgezet in energie. Hiermee kunnen vijftig drijvende woningen van stroom voorzien worden. Met het wisselende debiet van de rivier varieert de woningdichtheid tussen 8 woningen per hectare in de winter en 15 per hectare in de zomer.
Op een stedelijke locatie staat het Kas-Kantoor, een combinatie van een kassenlandschap en kantoren. Alle emissies van het wegverkeer worden gefilterd en aangewend ten gunste van de plantenteelt. Koolmonoxide verrijkt de grond, kleine stofdeeltjes reinigen het water, terwijl de koeling van het gebouw geschiedt door de absorptie van zwaveldioxide. De kas functioneert als mediator tussen snelweg en kantoor en zorgt voor een schoon, groen en productief werkklimaat.
Infrastructuur kan als sturend element van ruimtelijke ordening fungeren en urbanisatie, milieu en productielandschappen aan elkaar verbinden. De hinder neemt af door het te verwerken tot een nieuw product, waarvan de infrastructuur zelf producent is. Beperking van mobiliteit vanwege hinder is hiermee overbodig geworden.
Opleiding: Rotterdam
Studierichting: architectuur
Mentoren: Floris Alkemade, Jurjen Zeinstra, Michelle Provoost, Paul Bosse & Bert van Meggelen |