1998

Archiprix

TOUR
<tour>

Herkolonisatie van de Drentse Veenkoloniën - Ronald Bron

 

Herkolonisatie van de Drentse Veenkoloniën

Het regionale ontwerp probeert de particulier te verleiden om te komen wonen in de Drentse Veenkoloniën. De aanleiding daarvoor is de groeiende onvrede over de verstedelijking van de Hondsrug en het ontbrekend perspectief voor de landbouw in het veenkoloniale gebied. Door middel van grootschalige landschapsbouw worden de veenkoloniën hiertoe opnieuw ingericht. De plannen scheppen in het veenkoloniale landschap ruimte voor een vrije vorm van verstedelijking. De strategie bestaat uit het vormgeven met bos en water van verschillende locaties, elk met andere ontwikkelingsmogelijkheden. Binnen de bebouwingslocaties krijgen de toekomstige bewoners een grote vrijheid in het vormgeven van de eigen woonsituatie. De kavelgrootte, architectuur, bouwhoogte, materiaal- en kleurgebruik staan vrij. Voorwaarde is wel dat er alleen grondontsloten woningen toegepast worden, terwijl elke kavel 50 cm hoger komt te liggen dan de ruimte die de kavel omgeeft. De verdiepte ruimte en het talud worden ingezaaid met een bloemrijk grasmengsel. De landschappelijke locaties vormen een raamwerk van bos en water. Een deel ervan heeft weliswaar bebouwingsmogelijkheden maar er gelden strengere vestigingsregels dan op de bebouwingslocaties. Op de agrarische locaties blijft de landbouwfunctie voorop staan, op de natuurontwikkelingslocaties wordt op grootschalige wijze natuur ontwikkeld. In het Hunzedal bevinden zich ten slotte enkele toplocaties.

Het plangebied kent drie verschillende deelgebieden. Per deelgebied krijgen de locaties een eigen ruimtelijke verschijningsvorm: bij de randveenontginningen een beboste dalrand en een boogvormig lint; in de ontginningen met de enkel- en dubbelkanaalsystemen (het Mondengebied) bos en waterstroken; in het deelgebied van de blokontginningen bastions met een bomenwal omkaderd door een slotgracht. Het gebied van de Drentse Monden wordt nader uitgewerkt. Daar is aanvullende landschapsbouw op een lager schaalniveau nodig. Veenkoloniale brinken, grote grasvlakten omzoomd door populierenranden bieden de oplossing. De bebouwingslocatie Nieuw-Buinen wordt in detail uitgewerkt middels de strategie van de grasstroken die zich als openbare haarvaten in de vrij groeiende bebouwingslocatie bevinden.

Opleiding: LU Wageningen
Studierichting: landschapsarchitectuur
Mentoren: Klaas Kerkstra, Peter Vrijlandt & Eric Luiten

<tour>