| TRITON - De ruimtelijke ontwikkeling van Noord Nederland
Het afstudeerplan Triton is gebaseerd op de opgave van de vijfde Eo Wijersprijsvraag 'Wie is er bang voor het lege programma?'. De prijsvraag kent twee kernvragen waarop het plan antwoord geeft: Wat betekent een leeg programma voor de mogelijkheden om de eigen kwaliteiten van het Noorden van Nederland te exploiteren? en Hoe kun je als ontwerper de doorgaans autonoom verlopende veranderingsprocessen in dit gebied begeleiden of aansturen? Triton neemt het eigen karakter van Noord Nederland als uitgangspunt. Een overvloed aan rust, ruimte en water alsook de zeldzame schaal en maat is daarvoor kenmerkend. Het plan waarborgt en vermeerdert de schaarse goederen rust, ruimte en schoon water. Het boven- en ondergrondse waterareaal wordt daartoe vergroot. Water verankert niet alleen de rust en de ruimte, het vormt een allesomvattend bovenregionaal systeem, het is een natuurlijke bron en een middel om het ontwerp te structureren.
Vervolgens wordt het plan uitgewerkt op grond van een aantal ordeningsprincipes. Volgens het abiotisch ordeningsprincipe verkrijgen de vier verschillende gebieden binnen de regio elk een eigen plaats binnen het watersysteem. Het noordelijk zeekleigebied krijgt een watersysteem dat geregeld wordt door de boezem. In de veenkoloniën is de gehele waterhuishouding per perceel regelbaar. Het Drents Plateau doet dienst als infiltratiebekken en in het lage veenweide gebied vindt de waterbuffering plaats in meren en moerassen. Het ordeningsprincipe van het beekdal speelt een grote rol gezien het belang van de beekdalen voor het gehele watersysteem. Het principe houdt verband met de gradiënt van hoog naar laag. De beek heeft een meanderende loop om het water langer vast te houden. Ze eindigt in een groot meer dat net als het moeras dient als waterbuffer. Het economisch ordeningsprincipe leidt tot een concentratie van industrie en handel langs de belangrijke infrastructurele lijnen. Naast de sterk in ontwikkeling zijnde as Groningen - Amsterdam via Drachten en Heerenveen zijn de kleinere assen Harlingen - Leeuwarden, Groningen - Delfzijl en ten slotte Drachten - Groningen van belang. Het noordelijk zeekleigebied wordt geoptimaliseerd voor de grootschalige melkveehouderij en akkerbouw zodat het gebied open blijft en zijn karakter behoudt. In het Friese merengebied heeft de watersport en de verblijfsrecreatie een belangrijke economische betekenis.
In het kerngebied ten slotte vindt een samenspel plaats van het abiotische en het economische systeem. Dit is uitgewerkt voor de regio Heerenveen - Drachten. Op het hogere schaalniveau volgen wonen, werken en recreëren de infrastructuur. Op een lager schaalniveau geldt een ander ordeningsprincipe. Handel en industrie worden geconcentreerd bij de steden en gespreid langs de infrastructurele assen. Wonen en recreëren voegen zich daarentegen naar het abiotische systeem, zodanig dat rust en ruimte optimaal beleefd kunnen worden.
Opleiding: Lu Wageningen
Studierichting: landschapsarchitectuur
Mentoren: Michaël van Buuren & Klaas Kerkstra |