1998

Archiprix

TOUR
<tour>

Een nieuwe strategie voor de Afsluitdijk - André van der Eijk

 

Een nieuwe strategie voor de Afsluitdijk

Gelijk de Schelfzee, die ooit voor Mozes voeten week, zo lijkt de Zuiderzee als vanzelf te zijn geweken voor de Afsluitdijk. Aan de noordzijde van deze eindeloze dijk ligt de zee waar wind en getijden al eeuwen vrij spel hebben. Aan de zuidzijde is de zee getemd door de mens, maar blijvend rusteloos. Gefascineerd door dit landschap wilde ik de huidige landschappelijke en functionele kwaliteiten van de Afsluitdijk versterken en tevens een ruimtelijke en economische interactie realiseren tussen het Noorden en de Randstad. Het ontwikkelde concept beoogt samenhang te creëren in de oevers door de dynamiek van het natuur- en cultuurlandschap te bewerken. Opvallend is het verschil tussen het samenhangende oeverlandschap van de oude Zuiderzee oevers en het landschapsbeeld van de nieuwe rationele polders met hun lange rechte lijnen. Door het contrast en de diversiteit van de oevers te vergroten wordt de landschappelijke kwaliteit van de Afsluitdijk versterkt en ontstaat er een samenhangend oeverlandschap. Bij Den Oever, het aansluitpunt van de dijk, wordt het contrast versterkt. Bij het monument, de plek waar men de dijk sloot, blijft de leegte behouden. Samen met een eilandenrijk tussen de vluchthaven en Friesland verweven al deze ingrepen de Afsluitdijk met de waddenzee, het IJsselmeer, Noord-Holland en Friesland. Op deze wijze wordt Friesland verlengd, het reikt de hand aan de Randstad, Afsluitdijk wordt Aansluitdijk.

Het eilandenrijk is gebaseerd op het oude stromingslandschap van de Zuiderzee. De eilanden worden gevormd door diverse landvormen en water, ruigte en luwte. Ze vervullen ieder een andere functie, het programma loopt uiteen van waterrecreatie tot woningbouw. De aanwezige stroomruggen van het eertijds dynamische stromingslandschap van de Zuiderzee vormen een basis voor bescheiden ingrepen in het IJsselmeer. Door zorgvuldig om te gaan met de bestaande oeverlandschappen zal de samenhang tussen het cultuur- en natuurlandschap versterkt worden. Dit kan leiden tot een dynamisch landschap waarin mens en natuur samen hun eigen plek vinden.

    De zee wordt tot een doodstil meer,
    de blauwe einder tot een ring:
    beklemmend als een stalen veer
    en elke pier een onnut ding.

    Fragment uit de Kleine Ballade der Zuiderzeevissers, A. Visser

Opleiding: TU Delft
Studierichting: stedebouw
Mentoren: Willem Hermans, Chris van Ees & Hein de Haan

<tour>