| Gerrit Achterberg Instituut
Gerrit Achterberg was zijn hele leven dienstbaar aan de Nederlandse poëzie een leverde daaraan een belangrijke bijdrage. Hij vermoorde in een vlaag van waanzin zijn hospita nadat deze zijn liefde afwees. Dit betekende een keerpunt in zijn leven dat hij grotendeels in afzondering doorbracht tussen de boeken in de bibliotheken van de psychiatrische inrichtingen waarin hij opgesloten was. Zijn enige houvast was de poëzie en zijn persoonlijke, literaire boekhouding.
Het Gerrit Achterberg Instituut is gesitueerd in de Boomstraat 20 te Utrecht, de plek waar Gerrit Achterberg de moord pleegde. Het gebouw slaat een verwoestend gat in de bestaande bebouwing van de rede. Men kan er voor langere tijd, in afzondering van de buitenwereld, verblijven bij de boeken. Het is een plek waar de waanzin kan gedijen die men meestal veroordeelt en uit de maatschappij verbant. Het gebouw kent twee in elkaar gelegen ruimten. De afmetingen van beide ruimten zijn gebaseerd op de getallenreeks van Fibonacci. De buitenruimte, van de buitenwereld afgeschermd door een wand van beton, is de discontinue ruimte van de rede. Hierin bevinden zich de cellen en de ondersteunende functies. De binnenruimte is de continue ruimte van de verbeelding, 'voorbij' de grens van de taal. Afdalend in de onderaardse entree laat men de rede achter zich en lijkt de dood dichter bij te komen. Vanuit het onderaardse klimt men op naar de ruimte met de boeken. Door de bekleding van de wanden met spiegels is het een continue ruimte met een eindeloosheid aan boeken. Hier ontstaat een virtueel perspectief op de verbeelding van het boek. De uitgang staat middels de omgang met perspectieven op de buitenwereld, borg voor de genezing van de waanzin. Men verlaat het gebouw via een houten plein dat ligt op fragmenten van de oude bebouwing. In de uitsparingen in het plein staan rozen als het symbool van de liefde en de dood.
Opleiding: Tilburg
Studierichting: architectuur
Mentor: Wim Cuyvers |