|
Met ons onderzoek proberen we te bewijzen dat het ontwerpen op
regionaal schaalniveau herkenbaarheid en contrast aan het landschap
kan geven. Dit in tegenstelling tot de huidige manier van verstedelijken
waarbij op de schaal van de uitbreidingswijk wordt ontworpen waardoor
de grote maat uit het landschap verdwijnt. De these wordt onderzocht
aan de hand van drie modellen. Elk model gaat uit van extremen
in de mate van spreiding en concentratie alsook van bebouwd- en
onbebouwd oppervlak. Het programma staat vast voor alle drie de
modellen.
1 Het concentratiemodel combineert een compacte stad van 230.000
inwoners in het zuiden van de Hoekse Waard met een grootschalig
landbouwgebied ter grootte van het eiland Texel. 11 Het gespreide
concentratiemodel bestaat uit 11 langgerekte dorpen van een kilometer
breed met elk 20.000 inwoners. Tussen de dorpen liggen aaneengeschakelde
parken en plassen. Om de parken te bereiken loop je vanuit je
woning maximaal 500 meter. Je woont in een woning met tuin en
garage. 111 In het spreidingsmodel is het landschap de tuin van
de woning. Je woont in linten met een gezamenlijke lengte van
500 kilometer. De 'tuin' wordt beheerd door eco-agrariers. Bedrijven,
kassen en shopping-malls liggen als supercomplexen langs de spoor-
en snelwegen.
De modellen worden getoetst aan vijf criteria: het uitbuiten van
de potenties van de infrastructuur; het inzetten van de grote
maat en schaal van de Hoekse Waard; het met behulp van de organisatie
inspelen op combinaties tussen programma's; het mogelijk maken
van zowel doorgroei als stagnatie van het programma; het kennen
van een regionale oriëntatie.
De conclusie is dat 1 en 111 het meeste perspectief bieden voor
de Hoekse Waard. Door de stad in model 1 aan het Haringvliet te
leggen krijgt de stad een krachtige identiteit. Door de concentratie
van programma's ontstaat kritische massa die nieuwe programma's
en specifieke oplossingen oplevert en die levendigheid garandeert.
Model 11 genereert weinig nieuwe programma's door een gebrek aan
draagvlak. In model 111 zijn de ontwikkelingen afhankelijk van
elkaar waardoor dit model zeer kwetsbaar is in de fasering. De
drie modellen tonen duidelijk aan dat door het inzetten van de
regionale schaal herkenbare plannen te maken zijn waarin nieuwe
combinaties tussen bebouwde en onbebouwde delen ontstaan.
Opleiding: Rotterdam
Mentoren: Harm Veenenbosch, Rients Dijkstra, Dirk Sijmons, Ron
van Genderen & Harm Tilman
Studierichting: stedebouw |