1998

Archiprix

TOUR
<tour>

Onderzoek verstedelijking Hoeksche Waard - Jeroen van Kesteren & Carin Jannink

Met ons onderzoek proberen we te bewijzen dat het ontwerpen op regionaal schaalniveau herkenbaarheid en contrast aan het landschap kan geven. Dit in tegenstelling tot de huidige manier van verstedelijken waarbij op de schaal van de uitbreidingswijk wordt ontworpen waardoor de grote maat uit het landschap verdwijnt. De these wordt onderzocht aan de hand van drie modellen. Elk model gaat uit van extremen in de mate van spreiding en concentratie alsook van bebouwd- en onbebouwd oppervlak. Het programma staat vast voor alle drie de modellen.

1 Het concentratiemodel combineert een compacte stad van 230.000 inwoners in het zuiden van de Hoekse Waard met een grootschalig landbouwgebied ter grootte van het eiland Texel. 11 Het gespreide concentratiemodel bestaat uit 11 langgerekte dorpen van een kilometer breed met elk 20.000 inwoners. Tussen de dorpen liggen aaneengeschakelde parken en plassen. Om de parken te bereiken loop je vanuit je woning maximaal 500 meter. Je woont in een woning met tuin en garage. 111 In het spreidingsmodel is het landschap de tuin van de woning. Je woont in linten met een gezamenlijke lengte van 500 kilometer. De 'tuin' wordt beheerd door eco-agrariers. Bedrijven, kassen en shopping-malls liggen als supercomplexen langs de spoor- en snelwegen.

De modellen worden getoetst aan vijf criteria: het uitbuiten van de potenties van de infrastructuur; het inzetten van de grote maat en schaal van de Hoekse Waard; het met behulp van de organisatie inspelen op combinaties tussen programma's; het mogelijk maken van zowel doorgroei als stagnatie van het programma; het kennen van een regionale oriëntatie.

De conclusie is dat 1 en 111 het meeste perspectief bieden voor de Hoekse Waard. Door de stad in model 1 aan het Haringvliet te leggen krijgt de stad een krachtige identiteit. Door de concentratie van programma's ontstaat kritische massa die nieuwe programma's en specifieke oplossingen oplevert en die levendigheid garandeert. Model 11 genereert weinig nieuwe programma's door een gebrek aan draagvlak. In model 111 zijn de ontwikkelingen afhankelijk van elkaar waardoor dit model zeer kwetsbaar is in de fasering. De drie modellen tonen duidelijk aan dat door het inzetten van de regionale schaal herkenbare plannen te maken zijn waarin nieuwe combinaties tussen bebouwde en onbebouwde delen ontstaan.

Opleiding: Rotterdam
Mentoren: Harm Veenenbosch, Rients Dijkstra, Dirk Sijmons, Ron van Genderen & Harm Tilman
Studierichting: stedebouw

<tour>