|
Een transferium moet de automobilist ertoe verleiden voor een
deel van zijn verplaatsing de auto te verruilen voor het openbaar
vervoer. Filevrije toegang tot het transferium, autostalling door
middel van een mechanisch parkeersysteem en geklimatiseerde wachtruimten
maken van het overstappen een aangename ervaring.
Een ring van transferia vormt de trait d'union tussen de binnenstad
en de periferie. Ze verbetert de bereikbaarheid van de binnenstad
en verplaatst de parkeerdruk. De ring bundelt grootschalige programma's
die anders out there in de periferie liggen en maakt deze bereikbaar
per openbaar vervoer.
Het transferium in de Gemeenschapspolder ligt op het knooppunt
van de rijkswegen A1 en A9, daar waar spoor en snelweg elkaar
raken. Aan één zijde toont het zich als een zwerfkei, glad geslepen
door een sokkel van infrastructuur. Aan de andere zijde opent
zich het panorama op de polder.
Door de constructieve en ruimtelijke opzet is er plaats voor een
kern van vaste programmatische onderdelen waaromheen wisselende
functies een plaats kunnen vinden. Tot de vaste functies hoort
de overstapmachine met een ondergronds automagazijn en een internationaal
draf- en rencentrum. Deze laatste functie zal als nieuwe economische
drager van het polderlandschap fungeren. Als test voor één van
de mogelijke wisselende functies is een patiohotel en een congrescentrum
ontworpen. In het knooppunt onder de kei ontstaat de meest genereuze
ruimte: ongeprogrammeerd maar onmisbaar biedt ze uitzicht op de
infrastructuur: een ontmoetingsplek.
Opleiding: TU Delft
Mentoren: Pi de Bruijn, Willem Hermans, Arie Krijgsman & Boudewijn
Bach
Studierichting: architectuur |