|
Het station Kempkensberg in Groningen bevindt zich op ongeveer
twee kilometer ten zuiden van het centrum van de stad in een gebied
dat de komende jaren ingrijpend zal veranderen. Na de sloop van
de in onbruik geraakte elektriciteitscentrale volgt de transformatie
tot 'Europapark', een kantoren en bedrijventerrein met grote economische
betekenis. Rond dit gebied bevinden zich bestaande woon- en werkgebieden
als de woonwijk Helpman en het kantorenpark Kempkensberg. Ofschoon
zowel de overheid als de NS grootse plannen hebben met dit terrein
raakte de ontwikkeling ervan in een impasse. In de plannen van
de gemeente speelt het station een belangrijke rol in de ontsluiting
van het gebied en als motor voor de vestiging van de vele bedrijven.
De spoorwegen willen echter pas na de vestiging van de bedrijven
gaan denken aan de bouw van een station.
Het ontwerp beoogt een antwoord te geven op de gestelde problematiek
en moet van deze vergeten plek weer een stukje stad met betekenis
maken. Het geprojecteerde station is daarom veel meer dan een
bouwkundige toevoeging aan een vervoerslijn, het koppelt en ontsluit
daarnaast ook de omliggende deelgebieden. Het station wordt geheel
gevormd door infrastructuren. Op de plaats waar vervoerslijnen
elkaar op een haast vanzelfsprekende wijze kruisen ontstaat zo
een heldere vervoersmachine die omgeving en infrastructuur tot
een eenheid bundelt.
Het station Kempkensberg is opgebouwd uit de volgende elementen:
een brug, een park, een perron, een kap en heldere architectuur.
De twee kilometer lange brug, een verhoogd tracé met people movers,
verbindt de afzonderlijke gebieden onderling en met het opstappunt
van de trein. Het park koppelt de terreinen aan weerszijden van
het spoor. Waar het park de spoorlijn kruist zakt het maaiveld
onder het spoor door. Op die plek bevindt zich het stationsplein.
Midden tussen de sporen ligt het perron. Alle ondersteunende functies
zoals een promenade met winkels, standplaatsen voor bus en taxi
alsook parkeerplaatsen voor het halen en brengen van passagiers
bevinden zich langs een langgerekte vide onder het perron. Het
beeldmerk van het station is de kap. De met doek bespannen staalconstructie
beschermt de mensen op het perron en markeert de kruising. 's
Avonds vormt de aangelichte kap een baken in de stad. Dankzij
het multidisciplinaire ontwerpproces, waarbij de dialoog met de
constructeur essentieel was, kreeg de kap ondanks de enorme afmetingen
haar ranke vorm.
Opleiding: Groningen
Mentoren: Maarten Struijs, Otto Wassenaar & Harry Reijnders
Studierichting: architectuur |