|
Het architectonisch en stedelijk ontwerp voor Amsterdam Zuid-WTC
levert een positieve bijdrage aan het metropolitane karakter van
Amsterdam en realiseert tegelijkertijd een hoogwaardig woonmilieu.
Bij bestaande uitbreidingen ontbreekt deze combinatie van kwaliteiten.
De nieuwe woonwijken ontberen de binding met de binnenstad en
andere stadsdelen, terwijl het bij kantoorlocaties aan de snelweg
mankeert aan een boeiend straatleven op de begane grond. De locatie
Amsterdam Zuid-WTC heeft met haar ligging aan de snelweg en het
openbaar vervoer in combinatie met een snelle metroverbinding
met de binnenstad de potentie om het gestelde doel te realiseren.
Door hier een wijk met kantoren en woningen in een hoge dichtheid
te plannen kan daarnaast ook aan twee andere kenmerken van een
levendige stad worden voldaan: economische bedrijvigheid in gebouwen
en activiteit op straat.
In mijn stedebouwkundig en architectonisch ontwerp heb ik getracht
de voorwaarden voor zowel de gemeente als de projectontwikkelaar
te optimaliseren. Ten eerste wordt op wijkniveau de bestemming
en de invulling van de kavels zoveel mogelijk overgelaten aan
de markt terwijl de voorgestelde regelgeving zorgt voor aantrekkelijke
openbare buitenruimten en veilige straten. Ten tweede wordt door
flexibiliteit in toegankelijkheid en gebruik van gebouwen het
investeren in openbare voorzieningen interessant voor projectontwikkelaars.
Tenslotte zorgen plandelen met een uitwisselbare kantoor- of woonfunctie
voor een permanente bezetting van de gebouwen.
In het ontwerp heb ik op wijkniveau stedebouwkundige ideeën uit
New York en Buitenveldert met elkaar gecombineerd. Op straatniveau
heerst levendigheid als in New York met winkels en activiteiten.
Twaalf meter boven de straat bevinden zich tuinen met kantoren
en woningen. Hier heerst een milieu als in Buitenveldert. De tuinen
zijn verbonden met het geplande park boven de snelweg.
Ik heb een gebouw uitgewerkt dat zich over twee kavels uitstrekt.
De eerste drie lagen zijn gevuld met winkels en voorzieningen.
De overdekte straten bieden ruimte aan een hoge dichtheid van
voetgangers die voor bedrijvigheid kunnen zorgen. De overgangszone
tussen de straat en de verblijfsruimten fungeert als buffer tussen
het doorgangsgebied en het verblijfsgebied. Door deze overgang
tussen het voetgangersgebied en de voorzieningen groter of kleiner
te maken kan men inspelen op veranderende eisen ten aanzien van
de toegankelijkheid en het gebruik van het gebouw.
Bovenop de voorzieningen en winkels heb ik standaardunits ontworpen
met een toilet, een badcel en keukenblok. Elke unit is geschikt
als kantoor of als woning. De units kunnen horizontaal en verticaal
aan elkaar worden gekoppeld door gangen aan weerszijden. De ene
gang geeft toegang tot de units die worden gebruikt als woningen
en de andere tot de units die als kantoor dienen. Op deze manier
kunnen de kantoren zich tonen aan het publiek, terwijl de woningen
hun privacy behouden.
De draagconstructie in het gebouw bestaat uit dragende wanden
die koppeling van ruimtes in de ene richting flexibel maakt, maar
in de andere richting vastlegt. Op deze manier wordt de draagconstructie
zeer bepalend voor de ruimtelijke ervaring van de bezoeker in
het gebouw. De buitengevel toont niet alleen de draagstructuur
maar brengt op een subtiele manier ook het gebruik van de woningen
en kantoren tot uitdrukking. Behalve de buitenwanden heb ik ook
binnenwanden ontworpen omdat zij bepalend zijn voor de toegankelijkheid
en het gebruik van de ruimten. Verschillende typen binnenwanden
maken een gevarieerd gebruik mogelijk.
Opleiding: TU Delft
Mentoren: Carel Weeber, John Westrik & Hans Baller
Studierichting: architectuur |