1998

Archiprix

TOUR
<tour>

Infrastructuur als architectuur - Jolai van der Vegt

eerste prijs

<tour>

Het architectonisch en stedelijk ontwerp voor Amsterdam Zuid-WTC levert een positieve bijdrage aan het metropolitane karakter van Amsterdam en realiseert tegelijkertijd een hoogwaardig woonmilieu. Bij bestaande uitbreidingen ontbreekt deze combinatie van kwaliteiten. De nieuwe woonwijken ontberen de binding met de binnenstad en andere stadsdelen, terwijl het bij kantoorlocaties aan de snelweg mankeert aan een boeiend straatleven op de begane grond. De locatie Amsterdam Zuid-WTC heeft met haar ligging aan de snelweg en het openbaar vervoer in combinatie met een snelle metroverbinding met de binnenstad de potentie om het gestelde doel te realiseren. Door hier een wijk met kantoren en woningen in een hoge dichtheid te plannen kan daarnaast ook aan twee andere kenmerken van een levendige stad worden voldaan: economische bedrijvigheid in gebouwen en activiteit op straat.

In mijn stedebouwkundig en architectonisch ontwerp heb ik getracht de voorwaarden voor zowel de gemeente als de projectontwikkelaar te optimaliseren. Ten eerste wordt op wijkniveau de bestemming en de invulling van de kavels zoveel mogelijk overgelaten aan de markt terwijl de voorgestelde regelgeving zorgt voor aantrekkelijke openbare buitenruimten en veilige straten. Ten tweede wordt door flexibiliteit in toegankelijkheid en gebruik van gebouwen het investeren in openbare voorzieningen interessant voor projectontwikkelaars. Tenslotte zorgen plandelen met een uitwisselbare kantoor- of woonfunctie voor een permanente bezetting van de gebouwen.

In het ontwerp heb ik op wijkniveau stedebouwkundige ideeën uit New York en Buitenveldert met elkaar gecombineerd. Op straatniveau heerst levendigheid als in New York met winkels en activiteiten. Twaalf meter boven de straat bevinden zich tuinen met kantoren en woningen. Hier heerst een milieu als in Buitenveldert. De tuinen zijn verbonden met het geplande park boven de snelweg.

Ik heb een gebouw uitgewerkt dat zich over twee kavels uitstrekt. De eerste drie lagen zijn gevuld met winkels en voorzieningen. De overdekte straten bieden ruimte aan een hoge dichtheid van voetgangers die voor bedrijvigheid kunnen zorgen. De overgangszone tussen de straat en de verblijfsruimten fungeert als buffer tussen het doorgangsgebied en het verblijfsgebied. Door deze overgang tussen het voetgangersgebied en de voorzieningen groter of kleiner te maken kan men inspelen op veranderende eisen ten aanzien van de toegankelijkheid en het gebruik van het gebouw.

Bovenop de voorzieningen en winkels heb ik standaardunits ontworpen met een toilet, een badcel en keukenblok. Elke unit is geschikt als kantoor of als woning. De units kunnen horizontaal en verticaal aan elkaar worden gekoppeld door gangen aan weerszijden. De ene gang geeft toegang tot de units die worden gebruikt als woningen en de andere tot de units die als kantoor dienen. Op deze manier kunnen de kantoren zich tonen aan het publiek, terwijl de woningen hun privacy behouden.

De draagconstructie in het gebouw bestaat uit dragende wanden die koppeling van ruimtes in de ene richting flexibel maakt, maar in de andere richting vastlegt. Op deze manier wordt de draagconstructie zeer bepalend voor de ruimtelijke ervaring van de bezoeker in het gebouw. De buitengevel toont niet alleen de draagstructuur maar brengt op een subtiele manier ook het gebruik van de woningen en kantoren tot uitdrukking. Behalve de buitenwanden heb ik ook binnenwanden ontworpen omdat zij bepalend zijn voor de toegankelijkheid en het gebruik van de ruimten. Verschillende typen binnenwanden maken een gevarieerd gebruik mogelijk.

Opleiding: TU Delft
Mentoren: Carel Weeber, John Westrik & Hans Baller
Studierichting: architectuur