1998

Archiprix

TOUR
tour>

Gebouw tegen de buurt - Fenna Haakma Wagenaar

eerste prijs

tour>

Al tijdens de bouw verminderde de populariteit van de Bijlmer. Het stadsvernieuwings concept van differentiatie, kleinschaligheid en stedelijke intimiteit verving de CIAM ideeën van grootschaligheid, gelijkwaardigheid en functiescheiding. 'Bouwen voor de buurt' werd het nieuwe motto. In de Bijlmer was geen buurt of buurtgevoel en dus was ze politiek incorrect. Stedebouwers bestempelden de Bijlmer tot het voorbeeld van hoe het niet moet: niet anoniem, niet abstract,en niet grootschalig.

En dus sloopt men nu delen van de Bijlmer om haar te veranderen in een aantal gezellige intieme buurtjes. De Bijlmer is inderdaad saai en eng want er is niets te doen. De lange galerijen, de grote parkgebieden rondom de flats, de enorme garages en de brede binnenstraten bleven onbestemde ruimte waar alleen de bewoners gebruik van maken. Het stedelijk leven ontbreekt en juist daardoor is de anonimiteit onaangenaam. De huidige pogingen om van Bijlmerbewoners gezellige buurtbewoners te maken door knusse provinciale aanleg, doen minstens even wereldvreemd aan als de utopische gedachte achter de oorspronkelijke Bijlmermeer. De onmogelijkheid om je met de buurt te identificeren zorgde er onbedoeld voor dat de nogal grillig samengestelde bevolking nog steeds een tamelijk gemoedelijk bestaan kan leiden. Er is geen buurt, geen getto, geen discriminatie.

Het Gebouw tegen de buurt, ligt boven het station Bijlmer op de scheiding tussen de socialistische woningbouwwijk en de commerciële, veelbelovende kantorenlocatie Amstel lll naast het nieuwe Ajax stadion. Het omgezette dubbel-getordeerde woongebouw is 110 meter breed, 300 meter lang en 100 meter hoog. Geïnspireerd door de anonimiteit en de sociale vrijheid van de Bijlmer is het wel abstract, wel anoniem en wel grootschalig. Door het entreegebied van de woningen te combineren met andere functies als het station, het winkelgebied, de parking, de hotellobby en de Arena boulevard, is het gebouw stedelijk tot aan de voordeur. Het gebouw refereert aan niets, het heeft geen politieke, semantische of symbolische betekenis, geen schaal, geen kozijnen en het lijkt op niks. Het is zo glad en ongrijpbaar als een zeepje: juist als je haar te hard vasthoudt dan glipt ze uit je handen en schiet weg.

Opleiding: TU Delft
Mentoren: Bernard Leupen, Willem Hermans & Rogier Verbeek
Studierichting: architectuur