|
Een lovehotel is een hotel waarin de kamers in dienst staan van de liefde. In tegenstelling tot de normale hotelkamer, die rust en comfort biedt, dient een kamer in een lovehotel de onvermoeibare bezoekers juist te inspireren en te stimuleren. Een lovehotel bezoek je altijd met zijn tweeën. Eenmaal binnen ontmoet je niemand.
Het lovehotel verschilt op twee punten met een normaal hotel. De kamers worden niet per nacht maar per tijdseenheid verhuurd en alles is erop gericht om het bezoek zo discreet mogelijk te laten verlopen. Om de anonimiteit van de gasten te kunnen garanderen is het scheiden van de verkeersstromen rond de kamers essentieel. Dit betekent dat de gasten via een ander parcours het gebouw verlaten dan ze zijn binnengekomen en dat de hotelservice een eigen onafhankelijk circuit heeft.
In het ontwerp ligt de nadruk niet op het invullen van de kamers maar op de voorwaarden die nodig zijn om die kamers te laten functioneren.
Om de entree soepel en discreet te laten verlopen is het gebouw alleen toegankelijk met de auto. Vanuit de stad wijzen de bekende blauwe verkeersborden de weg naar de oprijlaan.
Het ontwerp bestaat uit twee gesloten volumes. Daarvan ligt er één onder het maaiveld, en begint de ander op een hoogte van +4.50 boven het maaiveld. Tussen de beide volumes door loopt de oprijlaan. Deze leidt naar het volume onder de grond dat de parkeergarages en de kleedruimtes bevat. In het parkeervolume is plaats voor 40 auto's. Bij maximale bezetting zwerven er dus gelijktijdig 40 koppels door het gebouw.
In het bovenste volume liggen de kamers en de (hotel)service. Vanaf een hoogte van +5.40m tot aan de +16.20m ligt hier iedere 30 cm een vloer. Dit betekent dat er in totaal 37 verschillende verdiepingen zijn, 2 meer dan in de Rembrandt-tower, het hoogste gebouw van Amsterdam. De vloeren zijn zo ten opzichte van elkaar geplaatst dat er als het ware twee enorme spiltrappen ontstaan. Door de begin- en de eindpunten van de denkbeeldige spiltrappen te verbinden ontstaat een doorlopend parcours.
De kamers liggen tussen de vloeren. Gangen ontbreken, zodat men zich, net als in de villa's van Palladio, verplaatst door van de ene ruimte in de andere te stappen. Geen enkele kamer is identiek. De bezoekers bepalen zelf in welke ruimte ze willen verblijven. Op dat moment wordt de kamer gesloten en de ruimte aan het totaalvolume onttrokken.
De entree en de uit-gang bevinden zich op verschillende plaatsen in het bovenste volume. De bezoekers komen via de (schroef)lift het volume binnen waarbij de centrale computer bepaalt op welk vloerniveau de lift stopt. De uit-gang is een autonoom volume dat zich ,als een surrogaat Lebbeus Woods, door de kamerstructuur heen wringt. Via dit volume komen de bezoekers bij de juiste lift naar beneden terecht.
Als van het totale bovenste volume van het gebouw de kamerruimtes afgetrokken worden, blijft de servicestructuur over. De serviceruimtes waar permanent personeel aanwezig is, liggen op de eerste verdieping van het gebouw (+4.80m). De andere serviceruimtes liggen verspreid door het gebouw. Deze ruimtes spelen net als in de film 'The cook, the thief, his wife and her lover' naast een (be)dienende rol ook een hoofdrol.
Opleiding: TU Eindhoven
Mentoren: Bert Dirrix, Gerard van Zeijl & Ton Venhoeven
Studierichting: architectuur.
|