1997

Archiprix

TOUR
<tour>

Garageopera - Carlo van Steen

Met het afstudeerontwerp voor een operatheater aan het Spui in Den Haag greep ik de kans om voor mezelf te onderzoeken waar architectuur in deze tijd over kan gaan. Ik koos voor een cultuurgebouw vanwege het representatieve karakter. Cultuurgebouwen weerspiegelen veelal de ideologie en de tijdgeest van de periode waarin ze gebouwd werden. In het ontwerp speelt naast de tijdgeest de Barok een belangrijke rol. Barokke thema's als transformatie, manipulatie, versmelting van natuur en techniek, de vanitas en de vergankelijkheid zijn ook nu weer actueel. De Barokke transformatie biedt de oplossing voor het probleem om de huidige tijd te representeren zonder in clichés te vervallen van bijvoorbeeld trendy informatie- en mediagevels. Zoals Piranesi zijn Rome bouwde op de brokstukken van de klassieken, zo laat ik de ruïne spreken. De parkeergarage, eens het symbool van de vooruitgang, die zou moeten wijken voor het theater, wordt zelf theater. Na het strippen van alle onnodige gevelelementen blijft er een brute betonnen structuur over die kan dienen als vrije zone voor het theater. De garageopera wordt gekoppeld aan het nieuwe logistieke netwerk van de binnenstad, met als belangrijkste element het souterrain-project van OMA. De zaal met terras en balkons wordt vanuit de bestaande vloervelden gemanipuleerd tot één continue betonstructuur. Dubbele glazen puien met een gordijn ertussen scheiden de zaal van de foyers. In tegenstelling tot het toneelgordijn gaat dit gordijn dicht als de voorstelling begint. De publieksfaciliteiten bevinden zich op de bestaande, hellende vloervelden. Een Barokke architectonische route van een pluche structuur, een rode loper over de brute betonnen vloervelden en hellingbanen wordt theatraal uitgelicht door een structuur van garagelampen en spotlights in de randen van de vides. De beweging van de stad zet zich zo voort in het theater. Ook de bezoekers van het restaurant doen mee aan het geënsceneerde spel van zien en gezien worden. Dit alles is zichtbaar voor de stad door de transparante kristallijne huid rond het theatercomplex. De glasplaten van de structurele vliesgevel zijn om en om schuin gezet om zowel voldoende transparantie te bieden als te kunnen schitteren als een kristal. Het verhullende deel van het theater zoals de toneeltoren en de artiestenfacilteiten worden geplaatst in één dichte doos. Het onbuigzame karakter van dit deel van het programma wordt letterlijk buigzaam gemaakt door de doos te bekleden met rubber, een verhullend en mystificerend materiaal.

Opleiding: Rotterdam
Mentoren: Umberto Barbieri, Paul Bosse, Frits van Dongen, Menno Homan & Jan de Graaf
Studierichting: architectuur.

<tour>