|
Het ontwerp ligt aan de rand van het desolate landschap van een voormalig spoorwegemplacement aan de rivier de Schelde. Het afstudeerplan is het resultaat van een zoektocht langs de verschillende aspecten rond de dood. De uitgangspunten en de argumenten kristalliseerden uit in modelletjes en tekeningen. Samengevat in een matrix werden de 'woorden' die het verhaal van een begraafplaats maken geanalyseerd op hun lading en betekenis. De 'woorden' vormen in een collage het concept van het ontwerp.
De wand is een belangrijk thema in het ontwerp. Ze staat voor de scheiding tussen leven en dood. Wanden begeleiden het proces en geven er richting aan. Door de verdubbeling van de betonwanden ontstaat er een zone, een overgangsgebied waar het proces van afscheid plaats kan vinden. Door het modelleren van de wanden ontstaan er poorten naar de andere kant van de wand, hier vermengt het leven met de dood. Door het modelleren ontstaat ook de aaneenschakeling van plekken van het proces. De structuur van de betonwanden vormt zo de gestolde beweging van het proces. Tussen de betonwanden bevinden zich de houten blokjes met voorzieningen.
Het ontwerp omvat naast een crematorium een mortuarium. Het begraafgedeelte bestaat uit urnenwanden, catacomben en begraafpleinen. Uitstrooiplekken bevinden zich op het land en aan de Schelde.
Opleiding: Tilburg
Mentor: Wim van den Bergh
Studierichting: architectuur.
|