|
Het plan voorziet in een integrale oplossing voor de groei van het stationsgebied tot het grootste overstappunt van Nederland. Het treinstation zelf krijgt er twee sporen bij, nieuw zijn ook de ondergrondse IJ-rail en de nog dieper gelegen Noord-Zuidlijn van Schiphol naar Amsterdam-Noord, een ondergronds busstation completeert de opgave voor dit stedelijke voetgangersknooppunt.
In de uitwerking van het ontwerp wordt het stationseiland opgevat als een verkeersmachine in het IJ. De vervoerslijnen liggen open, men ziet de trams, bussen, treinen en metro's bewegen als onderdelen van de machine.
De machine is echter ondergeschikt aan de ruimtelijke kwaliteiten van het plein tussen het station en de binnenstad. Om de karakteristieke sfeer van Amsterdam te benadrukken wordt het plein vrij gemaakt. De tram, de grachten en het Centraal Station bepalen het beeld waarin de totaliteit van de stad herkenbaar is.
In de ondergrondse wereld wordt het catacomben-effect vermeden door een lichte ruimte te creëren met goede oriëntatiemogelijkheden, overzicht, gevoel van ruimte en hoogte en een gedoseerde toetreding van daglicht.
Opleiding: TU Delft
Mentoren: Arne van Herk, Wilfried van Winden, Arie Krijgsman & Gerard Nieuwenhuyzen
Studierichting: architectuur
|