Archiprix Nederland
Nederlands English

Een enorm datacenter in het centrum van Rotterdam. Eén gebouw laat het respectvol met rust.
Een enorm datacenter in het centrum van Rotterdam. Eén gebouw laat het respectvol met rust.

De begane grond bevat alle functies om het datacenter 24 per dag, 7 dagen in de week operationeel te houden. Alles is aanwezig behalve een entree tot het gebouw.
De begane grond bevat alle functies om het datacenter 24 per dag, 7 dagen in de week operationeel te houden. Alles is aanwezig behalve een entree tot het gebouw.

Onderaan het datacenter klampt zich een huisje vast aan het megalomane blok. Hier woont de conciërge.
Onderaan het datacenter klampt zich een huisje vast aan het megalomane blok. Hier woont de conciërge.

Een dun laagje goud beschermt de gevoelige high-techapparatuur binnenin het datacenter.
Een dun laagje goud beschermt de gevoelige high-techapparatuur binnenin het datacenter.

Op de plek waar de postbode altijd zijn fiets tegen de muur zet is nu een kale plek zichtbaar. Een boze voorbijganger trapte eens een aantal steenstrips los van de muur. De wind verzamelt zwerfvuil in de hoek.
Op de plek waar de postbode altijd zijn fiets tegen de muur zet is nu een kale plek zichtbaar. Een boze voorbijganger trapte eens een aantal steenstrips los van de muur. De wind verzamelt zwerfvuil in de hoek.

Binnen brandt de houtkachel in de woonkamer. Via de donkere gang heeft de conciërge als enige direct toegang tot het datacenter.
Binnen brandt de houtkachel in de woonkamer. Via de donkere gang heeft de conciërge als enige direct toegang tot het datacenter.

De wind speelt met de gordijnen.
De wind speelt met de gordijnen.

En aan de ontbijttafel staar ik naar het glas met daarin een gevangen wesp, rustig eet ik mijn brood. Dan sta ik zuchtend op en begin aan mijn dienst.
En aan de ontbijttafel staar ik naar het glas met daarin een gevangen wesp, rustig eet ik mijn brood. Dan sta ik zuchtend op en begin aan mijn dienst.




PROJECTINDEX
 
IN NAVOLGING VAN HET VOORAFGAANDE
Rotterdamse Academie van Bouwkunst
ARCHITECTURE

Naast een ongenaakbaar gouden datacenter in het hart van Rotterdam, staat het bouwvallige huisje van de conciërge. Samen confronteren ze ons met de condition humaine van onze tijd: een bestaan tussen het virtuele en het zintuigelijke, het alomvattende en het persoonlijke, de beheersing en het toeval.
Het nieuwe datacenter is een blok van 168 meter lang, 65 meter breed en 130 meter hoog. Het volume voldoet exact aan de bezonningsregels in het bestemmingsplan. Er zijn 32 verdiepingvloeren die het volume vullen. Elk van deze vloeren is opgedeeld in vier brandcompartimenten niet groter dan 2500 vierkante meter. In deze compartimenten staan in rijen de serverkasten opgesteld. Op de begane grond komt de glasvezelkabel het gebouw binnen. Hier liggen de expeditieruimte, de traforuimte en de magazijnen. Als de elektriciteit uitvalt nemen 14 dieselgeneratoren de stroomvoorziening over. Zo is het datacenter 24 uur per dag en 7 dagen in de week gegarandeerd operationeel. Via een schacht dwars door het gebouw stroomt regenwater binnen dat wordt opgevangen in een reservoir. Met het water wordt het datacenter gekoeld tot de vereiste 25 tot 30 graden Celsius. De aluminium gevel is voorzien van een laag bladgoud. Het weert ongewenste signalen, blikseminslagen en andere weersinvloeden als regen, sneeuw en ijzel.

Dwars door de schacht boven zijn patio schijnt deze ochtend de zon. Een goudgele gloed vult nu de keuken van de conciërge. De witte steenstrips op de gevel zijn inmiddels weer opgedroogd, maar de regen heeft grauwe strepen achtergelaten. In de woonkamer hoort hij een grote druppel van de dakrand in de metalen dakgoot vallen. Hij opent het raam en tegelijkertijd valt er een steenstrip van de gevel op de grond. Op de plek waar de steen zat is nu de aluminium achterplaat zichtbaar. Hij staart naar de steen, maar doet er niets aan. Het is toch de zoveelste. Zijn huisje begint steeds meer kale plekken te vertonen. De bitumen dakbedekking heeft los gelaten en op de plek waar de postbode altijd zijn fiets tegen de muur zet zijn de stenen ook al verdwenen. De tijd, het weer en het gebruik laten allemaal hun sporen op het huisje na. De conciërge kijkt op de klok aan de wand. Hij zucht en staat op uit zijn stoel. Het is tijd voor zijn ronde. Hij loopt door de donkere, klamme gang, gevuld met de geur van schimmel en verval. Hij zet zijn schouder tegen de deur en drukt met al zijn gewicht de deur open. De TL’s springen aan en hij verdwijnt in het kille licht van het datacenter.