Nederlands English


In het architectuurhistorisch onderzoek staan vier paradigmatische case studies in de ontwikkeling van het Milanese stadswoonhuis in de twintigste eeuw centraal.
In het architectuurhistorisch onderzoek staan vier paradigmatische case studies in de ontwikkeling van het Milanese stadswoonhuis in de twintigste eeuw centraal.

In stedenbouwkundig opzicht voegt het grootstedelijk wooncarré – la Casa Urbana – zich op subtiele wijze naar de locatie in vijf stappen. De ‘tussenschaal’ komt tot uiting in het specifieke ontwerp van hoeken, colonnades en doorgangen.
In stedenbouwkundig opzicht voegt het grootstedelijk wooncarré – la Casa Urbana – zich op subtiele wijze naar de locatie in vijf stappen. De ‘tussenschaal’ komt tot uiting in het specifieke ontwerp van hoeken, colonnades en doorgangen.

Plattegrond verdieping twee tot vier. De stedenbouwkundige versmelting van woonblok en –toren wordt op architectonische schaal verder uitgewerkt in een plattegrond met 22 appartementen per verdieping, ontsloten middels acht royale trappenhuizen.
Plattegrond verdieping twee tot vier. De stedenbouwkundige versmelting van woonblok en –toren wordt op architectonische schaal verder uitgewerkt in een plattegrond met 22 appartementen per verdieping, ontsloten middels acht royale trappenhuizen.

Doorsnede over het carré in noord-zuid richting. Waar het carré naar de omliggende straten en pleinen een representatief karakter heeft is de geleding van het volume naar het binnenhof speelser en meer gedifferentieerd met loggia’s en terugspringende terrassen.
Doorsnede over het carré in noord-zuid richting. Waar het carré naar de omliggende straten en pleinen een representatief karakter heeft is de geleding van het volume naar het binnenhof speelser en meer gedifferentieerd met loggia’s en terugspringende terrassen.

De afleesbaarheid van de individuele woning raakt in het ontwerp van de gevel en de hoekoplossingen ondergeschikt aan de representativiteit van het carré als geheel.
De afleesbaarheid van de individuele woning raakt in het ontwerp van de gevel en de hoekoplossingen ondergeschikt aan de representativiteit van het carré als geheel.

Zicht op de noordgevel van het carré vanuit de Via Cesare Becciaria, grenzend aan het Piazza Cesare Becciaria.
Zicht op de noordgevel van het carré vanuit de Via Cesare Becciaria, grenzend aan het Piazza Cesare Becciaria.

Zicht op de zuidoosthoek van het carré, waar het volume net is teruggezet als gebaar naar de stedelijke ruimte. Door subtiele uitzonderingen in de sterke gevelritmiek voegt het carré zich naar de Milanese stadskarakteristiek.
Zicht op de zuidoosthoek van het carré, waar het volume net is teruggezet als gebaar naar de stedelijke ruimte. Door subtiele uitzonderingen in de sterke gevelritmiek voegt het carré zich naar de Milanese stadskarakteristiek.




PROJECTINDEX
 
LA CASA URBANA
Technische Universiteit Eindhoven
ARCHITECTURE

Het woongebouw en de stedelijke conditie in Milaan
Dit afstudeerplan concentreert zich op de continuïteit van de Europese stad met Milaan als specifieke casus. Het plan combineert onderzoek en ontwerp, met als doel het rationeel definiëren van de relatie tussen de typologie van het Milanese woongebouw en de stadsmorfologie. Dit vanuit de hypothese dat het ‘typomorfologisch’ verband (in algemene zin) aan de basis ligt van een dergelijke continuïteit.
Uit het architectuurhistorisch onderzoek blijkt de stedelijke karakteristiek van Milaan en haar (woningbouw) architectuur in het begin van de twintigste eeuw te transformeren tot een grootstedelijk schaalniveau. In de maatschappelijke dynamiek die Milaan in deze periode kenmerkte ontstond vraag naar representatieve en tegelijk grootschaligere stedelijke woonvormen voor de snel groeiende middenklasse. Een ‘Milanese School’ rondom jonge architecten als Muzio, Ponti en De Finetti ontwierp antwoorden op deze nieuwe opgaven. Aan de hand van vier casestudies concludeert dit deel van het onderzoek hoe, ondanks grote stilistische verschillen, de architectuur van de onderzochte projecten zich vereenzelvigde met enerzijds de schaal en het ideaal van de moderne industriestad en anderzijds het materiële en culturele residu van de Milanese stadsgeschiedenis.
Het typomorfologisch onderzoek gaat hier verder op in en toont aan dat een typologische constante vooral bestaat in de manier waarop het Milanese woongebouw een delicaat evenwicht tussen schaalniveaus bewerkstelligt: van het individuele appartement tot de structuur van het woongebouw als entiteit en haar relatie tot het omliggende stadsweefsel. Architectonische analyses van de gevel, de gebouwstructuur, de stadsruimte en haar materialiteit wijzen hierin op een zekere tussenschaal, tussen stedenbouw en architectuur in, die de afleesbaarheid van de individuele woning onderdeel maakt van een representatief gebaar naar de stadsruimte. Deze heterogene stadsruimte, gedefinieerd door een samenstelling van stadswoonhuizen, verkrijgt hierdoor tegelijk een zekere mate van coherentie.
Als vervolg op het onderzoek is een ontwerpopgave gedefinieerd en uitgewerkt voor een grootstedelijk wooncarré, een Casa Urbana, die als zodanig het ‘invullen’ van één of enkele kavels overstijgt. Het ontwerp voor het carré adresseert het complete spectrum van schaalniveaus zoals dat naar voren kwam in het onderzoek. De ogenschijnlijk autonome stedenbouwkundige samenstelling van woonblok en woontoren voegt zich naar de stad middels het zorgvuldig ontwerpen van de tussenschaal in volumetrie, gevels, hoeken en plattegrond. Het carré draagt daarmee bij aan de definitie van de stedelijke ruimte en zoekt tegelijk samenhang met het bestaande stadsbeeld. De expressie van de individuele woning raakt geïntegreerd in de stedelijke massa. Het is juist door die samenhang tussen de schaalniveaus dat het ontwerp wil aantonen dat de Milanese stedelijkheid als nastrevenswaardig model kan dienen voor de architectonische vormgeving van het wonen in de stad.