Nederlands English


Situatie
Situatie

Doorsnede over de locatie
Doorsnede over de locatie

Langsdoorsnede gekeken naar Bartholomew Lane / Longitudinal section looking towards Bartholomew Lane
Langsdoorsnede gekeken naar Bartholomew Lane / Longitudinal section looking towards Bartholomew Lane

Plattegrond derde verdieping
Plattegrond derde verdieping

The Bank of England: een dialectisch project
The Bank of England: een dialectisch project

Toren van Babel: mythische oorsprong van de architectonische dialectiek van constructie en ruïne. (Pieter Bruegel de Oude, 1563)
Toren van Babel: mythische oorsprong van de architectonische dialectiek van constructie en ruïne. (Pieter Bruegel de Oude, 1563)

Soane’s Bank of England tegelijkertijd ruïne en in aanbouw (J. Gandy, 1830)
Soane’s Bank of England tegelijkertijd ruïne en in aanbouw (J. Gandy, 1830)




PROJECTINDEX
EERVOLLE VERMELDING
THE BANK OF ENGLAND
Technische Universiteit Delft
ARCHITECTURE

een dialectisch project
Dit project voor een transformatie van de Britse centrale bank (her)interpreteert architectuur als belichaming van historische betekenis en institutionaliteit. Het beoogt architectonisch uitdrukking te geven aan een potentiële en bij voorbaat historische hervorming van het monetaire systeem waardoor geld voor het eerst een autonome publieke institutie wordt. Ten grondslag aan het project liggen de fundamentele vragen naar de betekenis van zowel geld als architectuur: wat is geld eigenlijk en hoe bemiddelt architectuur tussen institutionele macht en individuele vrijheid? Kritisch geïnspireerd door John Soane’s legendarische, lang verloren Bank of England verbindt het project de architectonische dialectiek van ruïne en constructie met die van de publieke ruimte en institutionele transcendentie.
Als twee van de oudste instituties van de civilisatie zijn geld en architectuur beide fundamenteel dialectisch, d.w.z. geconstitueerd door en zich ontwikkelend vanuit intrinsieke tegenstellingen. In de Toren van Babel, precies waar deze tegelijkertijd in aanbouw en in verval is, vinden we architectuur reeds verdeeld over haar existentiële stadia van constructie en ruïnering, de een oprichtend en strevend naar eenheid, de ander juist vereffenend en ruimte scheppend voor een veelheid aan interpretaties. Soane’s mysterieuze weergave van zijn voltooide bankcomplex als ‘ruïne onder constructie’ vormt de ultieme getuigenis van zijn constructief innovatieve en tegelijk diepgaand door de ruïne geïnspireerde architectuur. Eveneens biedt dit beeld echter een allegorie voor de cyclische zelf-­‐ destructiviteit van het moderne financio-­‐monetaire systeem, dat zijn historische oorsprong heeft in de stichting (1694) en institutionalisering van diezelfde Bank of England en waarin ironischerwijs de institutie van het geld steeds meer verstrikt is geraakt in haar exacte tegendeel: monetaire schuld.
Tien jaar na de kredietcrisis doet de Bank of England momenteel serieus onderzoek naar de
mogelijkheid om als centrale bank digitale cash-­‐rekeningen aan te bieden als publiek en schuldvrij alternatief voor bancaire krediettegoeden. Het geld kan zo eindelijk worden wat het altijd al beloofd heeft te zijn: eenieders wederkerige aandeel in de maatschappelijke onderneming van de nationale economie. Voor de Bank zelf betekent dit de sublimatie van haar historische ontwikkeling: van private staatsbankier en publieke bankiersbank, wordt ze publieke bank voor de hele maatschappij.
Het ontwerp dat op basis van dit vooruitzicht tot stand is gekomen voorziet in essentie in twee architectonische ingrepen die elkaar wederzijds bekrachtigen in hun tegen(over)stelling. Allereerst de overgave van het oude bankgebouw aan de stad door haar ‘ruïne’ te herinterpreteren als openbaar forum dat ruimte biedt aan een veelvoud aan infrastructurele, commerciële en publieke functies. Ten tweede de oprichting van een nieuwe bank op de ruïne van haar voorgangster zodat voortbouwend op de bestaande volumetrie zich een ziggoerat verheft, het oudste architectonische symbool van monetaire autoriteit. Op het breukvlak biedt een Engelse tuin tegelijk uitzicht over de omringende stad en een terugblik op het ruïnesque bankforum, bijna zoals in Soane’s schilderij, terwijl de pylonen, gewelven en het centrale atrium het nieuwe instituut verankeren in de maatschappij die haar eigenlijke fundament vormt. Zo wordt de nieuwe bank ruimtelijk ingeschreven in de geschiedenis, het oude gebouw vrijgegeven voor een nieuwe toekomst en het historische moment van de hervorming architectonisch bewaard, terwijl in het voortdurende heden van het architectuurproject het integrale bouwwerk van de monetaire orde verrijst als dialectisch geheel.