Nederlands English

Zicht vanaf het land
Zicht vanaf het land

Groeimodel: 1908 ontstaan, 1925 verandering, 1968 verval
Groeimodel: 1908 ontstaan, 1925 verandering, 1968 verval

2009 concept: metselwerk structuur vormt het raamwerk voor het ontwerp, verschillende ruimtelijke uitwerkingen per bouwdeel, toepassing van de concepten beschutting en opwaarderen, verschillend klimaat
2009 concept: metselwerk structuur vormt het raamwerk voor het ontwerp, verschillende ruimtelijke uitwerkingen per bouwdeel, toepassing van de concepten beschutting en opwaarderen, verschillend klimaat

2010 kiem voor herbestemming, 2013 gestadige ontwikkeling, 2022 verbreding, 2026 intensivering
2010 kiem voor herbestemming, 2013 gestadige ontwikkeling, 2022 verbreding, 2026 intensivering

Dwarsdoorsnede: kantine, klimaatkas, woongroep met individuele woonunits
Dwarsdoorsnede: kantine, klimaatkas, woongroep met individuele woonunits

Woongroep
Woongroep

Speel- en ontdekhal
Speel- en ontdekhal

Tijdelijk gebruik als seizoenstheater
Tijdelijk gebruik als seizoenstheater




PROJECTINDEX
 
TRANSFORMATIE VAN 'DE TOEKOMST'
Academie van Bouwkunst Groningen
ARCHITECTURE

Continue transformatie als strategie voor de herbestemming van de strokartonfabriek 'De Toekomst' te Scheemda.
In Nederland staan enorme industriële monumenten te ruïneren die het verhaal vertellen van het innovatieve Hollandse ondernemerschap. Hergebruik van dit soort complexen is vaak moeilijk. Een mooi voorbeeld hiervan is de grootste ruïne van Nederland, strokartonfabriek 'De Toekomst' te Scheemda. Al meer dan 40 jaar staat dit rijksmonument leeg zonder dat er een haalbare herbestemming heeft plaatsgevonden. Oorzaken hiervoor zijn de ligging in een economisch zwakke regio, de enorme omvang van het complex en de manier waarop monumentenzorg naar dit gebouw kijkt. Monumentenzorg wil 'De Toekomst' terugbrengen naar de staat van 1908. Het resultaat van deze kostbare restauratie is dat er weer een strokartonfabriek zal staan. Hierna moet de herbestemming nog plaatsvinden. Ik wil een strategie bedenken met een haalbaar ontwerp voor herbestemming als resultaat. Daarbij neem ik de actuele staat van het gebouw als uitgangspunt, niet die van 1908. De bestaande kwaliteiten van de bouwdelen zijn leidend in het zoeken naar het nieuwe programma. Door op deze karakteristieken aan te sluiten wordt hergebruik mogelijk met inzet van minimale middelen. Anders dan een eenmalige ingreep vindt de herbestemming plaats door middel van een organisch groeimodel. Het eindbeeld of eindprogramma wordt niet vooraf vastgelegd maar veranderd mee met de werkelijke behoefte. Ook worden met het groeimodel financiën en werkzaamheden gefaseerd. Ik heb twee verschillende concepten uitgewerkt. Bij het concept beschutting is het bestaande leidend en wordt met minimale ingrepen een ruimte wind- en waterdicht gemaakt. Losse meubels maken de ruimte vervolgens functiespecifiek. Bij het concept opwaarderen is de nieuwe functie leidend. De ruimte wordt opgewaardeerd tot nieuwbouw niveau.
Met het ontwerp wil ik voortborduren op de bestaande kenmerken van de fabriek zodat oud en nieuw één geheel vormen. De gekozen functie van zorgboerderij geeft 'De Toekomst' een veelzijdig programma dat aan het gebouw en de landerijen in samenhang betekenis geeft.
De belangrijkste kenmerken van 'De Toekomst' vormen de uitgangspunten voor het ontwerp. Zoals het autonome homogene bakstenen complex dat als een object in het landschap staat. Elk bouwdeel is oorspronkelijk afgestemd op zijn eigen functie binnen het productieproces. Ook voor de nieuwe functie wordt deze strategie voortgezet en vindt een ruimtelijke uitwerking per bouwdeel plaats. Door de zichtbare transformaties van het gebouw is 'De Toekomst' te lezen als een tijdsbalk. Zo wordt steeds een laag aan het gebouw toegevoegd. Dat geldt ook weer voor de nieuwe bestemming. Door sanering en verval werd het complex in de loop der tijd opener en vervaagde de grens tussen binnen en buiten. Ook deze karakteristiek wordt waar mogelijk gehandhaafd.
Veel ruimten behouden hun rauwe karakter. De structuur van metselwerk bepaalt de sfeer van het gebouw. Met low-tech en low-budget middelen wordt voortgeborduurd op het rauwe karakter van de fabriek waardoor een nieuwe eenheid ontstaat. Omdat het bouwen aan de fabriek zelf onderdeel is van de werkzaamheden van de zorgboerderij wordt een zelfontwikkelend mechanisme in gang gezet dat naar behoefte in het complex kan groeien.
Een globale begroting van de bouwkosten toont aan dat de gevolgde strategie bij dit soort monumenten kan leiden tot een haalbare herbestemming.
Dankzij het groeimodel worden de investeringen afgestemd op de werkelijke en actuele behoefte. Belangrijker dan het enorme financiële voordeel is dat het gebruik direct begint, want gebruik betekent behoud. Met een minimale investering kan een proces in gang worden gezet dat zich als een olievlek over het gebouw uitspreidt. De essentie van deze strategie is dat het proces van herbestemmen zelf centraal staat in plaats van een eindbeeld.