Nederlands English
2017   2016   2015   2014   2013   2012   2011  

Oproer in sprookjesland

Jan Martijn Eekhof / foto's Thorsten Schneider

Op het laatste moment besluit ik mijn laptop thuis te laten en schetsblok en potloden mee te nemen. Een paar dagen zonder beeldscherm en internet voelt tegenwoordig als vakantie. Benieuwd of het dat ook zal worden. De geheimzinnige uitnodiging die de prijswinnaars van Archiprix 2011 ontvingen, verraadt bijzonder weinig over doel en opzet van de reis. 

Op initiatief van Archiprix Turkije en de Nederlandse ambassade in Turkije zijn de prijswinnaars van de Turkse Archiprix 2009 en 2010 en de Nederlandse Archiprix 2011 uitgenodigd voor een workshop. In Cappadocië gaan we werken aan een ontwerpopgave getiteld ‘Transient Landscapes / Spaces of Erosion’. Daarna zullen we in Ankara de prijsuitreiking bijwonen van de Turkse Archiprix 2011. De workshop is één van de evenementen die wordt georganiseerd in het kader van 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije.

 

Na een overstap in Istanbul landen we in het hart van Turkije op het kleine vliegveld van Kayseri. Het is een koude, heldere avond. Onder een stralende sterrenhemel zoeken Ilse Verwer, Miranda Schut, Thorsten Schneider en ik op de taxistandplaats naar bordjes met onze naam. Met een busje razen we vervolgens door het Turkse landschap. Ik druk mijn neus tegen het raam om in het pikkedonker toch nog iets van de omgeving te kunnen zien. Die lijkt vooral vlak en leeg te zijn; niets te bespeuren van de grillig gevormde tufstenen bergen met de smurfenhuisjes die ik in gedachten had.

 

Na een uur jakkeren en schudden, rijden we een verlaten stad binnen. Nergens licht, wel blaffende honden en bouwputten van woningen in aanbouw. Even hebben we het idee dat het troosteloze flatgebouw dat als enige met neon is verlicht ons hotel is. Gelukkig rijden we verder, de stad uit, opnieuw het donkere landschap in. Na verloop van tijd doemt in de verte een eenzame zwarte rots op. Uit de rots zijn in een grillig patroon talloze gaten als vensters gehouwen. De eenzame steenklomp met de vensters die flakkerend worden verlicht lijkt op een decor uit een duister sprookje.

 

Het busje wringt zich door de nauwe straten van het dorp, dat tegen de berg is gebouwd. Het dorp is letterlijk vergroeid met de berg. Tussen de huizen zijn af en toe gaten en gangen in de berg te zien. Het hotel is een aaneenschakeling van historische huizen die tegen de berg op, via trappen, bruggetjes, terrassen en patio’s als in een Eschertekening met elkaar zijn verbonden. Kamers, receptie en restaurant bevinden zich in afzonderlijke gebouwen. Op zich al bijzonder, maar de grootste verrassing wacht in de kamers. Het historische gebouw is zorgvuldig gerestaureerd en op terughoudende wijze ingericht -geen kitsch en wat nog beter is, geen design. Deels ligt de kamer letterlijk in de berg. Je slaapt en baddert in eeuwenoude grotachtige ruimtes.

 

‘s Ochtends ontmoeten we in het restaurant de Turkse Archiprix winnaars, Merve Gül Özokçu, Zeynep Sahin en Ali Dur. Gezien de ligging aan de rand van de vallei en de vele vensters moet het uitzicht prachtig zijn, maar het is mistig vandaag. Bij een sprookje hoort nu eenmaal nevel. Door de mistflarden zien we af en toe een glimp van de rotspartijen. Weer die grillige vormen en uitgehakte kamers.

Na het ontbijt worden we enthousiast ontvangen door architect Asli Özbay. Zij is directeur van het enige architectenbureau hier in het dorp. Het bureau doet vooral veel restauratieopdrachten en blijkt ook ons hotel te hebben ontworpen. Vol trots leidt Özbay ons rond in het hotel en het dorp. Gedurende de werkzaamheden kwamen telkens weer bijzondere vondsten boven. Zo leidt ze ons door historische gangen waarin sleuven zijn uitgehakt voor kaarsen. Het hotel benut de catacomben nu deels als wijnkelder. We lopen in elkaar gedoken door de vijf kilometer lange gang die dwars door de berg gaat. We voelen ons als in een avontuur van Kuifje. Nog mooier is de kapelachtige ruimte die achter meters opgestapeld puin vandaan kwam: hoge gewelven, prachtig aangelicht. Alle ruimtes en details zijn uitgehouwen in de rots, elke groef is eeuwenoud. In het midden staat een lange tafel versierd met kaarsen en manden vol voedsel. Eens was dit een plek waar rondreizende nomaden tot rust konden komen en hun vee en kamelen te drinken gaven. 

Maar wat komen we hier nu eigenlijk doen? We gaan weer naar buiten. Het is nog steeds mistig, hoewel het landschap zich iets meer prijs geeft. Vanaf de rotsklomp dalen we af in de vallei. Het is glad, want hoewel pas half november bedekt een dunne laag sneeuw de vallei en de kale fruitbomen. Ook hier staan rotsen als enorme kreukelige puntmutsen in het veld. De meeste hebben weer die rechthoekige gaten en sommige blijken zowaar bewoond.

Dan wijst Özbay naar de weg die dwars door de vallei snijdt. Langs de weg staat een wand van golfplaten huisjes. Het probleem wordt ons duidelijk. De verhoogde weg en de wand van plastic en golfplaat snijden het dorp af van de vallei. Inventieve verkopers van souvenirs vangen hier in het seizoen de bussen met toeristen op om hen T-shirts, cd’s of mini tufstenen huisjes te verkopen. Massaal hebben ze zich op de mooiste plek gevestigd en daarmee die plek om zeep geholpen. Bovendien breidt hun gebied zich elk jaar uit. Met hun gebouwtjes eigenen ze steeds meer van het kwetsbare landschap op. De vraag is hoe dit beter georganiseerd zou kunnen worden. 

We werken in groepjes samen op het bureau van Özbay in een ruimte die aansluit bij de sfeer van het sprookje. Een knapperend haardvuur, oude ornamenten, gewelven en lange houten tafels. Een verlegen meisje brengt ons hete thee. Opvallend is de passie, de rust en de zorgvuldigheid waarmee onze Turkse collega’s aan het kwetsbare landschap werken. Dat zie je ook aan de terughoudende wijze waarop de gebouwen van het hotel zijn gerestaureerd. Als we pauzeren, drinken we sterke Turkse koffie in het enige café in het dorp. Een ruimte, zó klein dat die vooral wordt gevuld door de kachel met de theepot en de tv waarop Tarkan zingt. Op verzoek zingt de barman overigens ook zelf en dat blijkt aanstekelijker dan Tarkan.

Na 24 uur intensief schetsen en discussiëren presenteren we drie mogelijke scenario’s aan de lokale autoriteiten. Uit Nederland is Jacob van Rijs van MVRDV aanwezig om de workshop te begeleiden, daarnaast is hij ook jurylid voor de Turkse Archiprix. We presenteren in de kapel oplossingen die de ondernemers een plek geven en de scheiding tussen het dorp en de vallei ongedaan maken. Onze input wordt enthousiast ontvangen en blijken deels overeenkomsten te hebben met de plannen van het dorp en het team van Özbay. 

De volgende dag vertrekken we naar Ankara. Hier wordt de Turkse Archiprix uitgereikt: een heus gala in het Museum voor Moderne Kunst. De zaal zit vol. De jury op het podium bediscussieert de oogst. De uitreiking ontaardt al snel in een felle en chaotische discussie waar ook de vertalers, die wij door koptelefoons horen, niet goed raad mee weten. Je hoort ze worstelen met uitspraken als ‘the snout of the elephant should not be bigger than the elephant itself’. De discussie wordt gedomineerd door mannen op leeftijd. In het heetst van de strijd staat één van hen op en wappert met een dik pamflet dat hij diezelfde nacht heeft geschreven. Uiterlijk houdt hij het midden tussen Che Guevara en Paulus de Boskabouter. Hij vindt dat nummer twee de echte prijswinnaar is. Helemaal duidelijk wordt het niet wat nu precies het hete hangijzer is, maar het lijkt te gaan om het verschil tussen vernieuwend ontwerpen en ontwerpen wat de markt vraagt. De zaal wordt rumoerig en mengt zich ongevraagd ook in de discussie. Het schouwspel is spannend, maar ook een beetje oneerlijk tegenover de winnaar. Opvallend is dat alle winnaars jonge vrouwen zijn. De winnares zelf is niet fysiek aanwezig, maar haar frisse gezicht lacht ons via skype vrolijk toe vanaf een groot scherm. Een mooi contrast met de morrende mannen van de jury. Als de discussie nogmaals lijkt op te laaien zijn onze vertalers er wel klaar mee en wij eigenlijk ook. Dat vindt ook jurylid Jacob van Rijs, die het juryrapport tot vliegtuigje vouwt, de zaal in werpt en alle aanwezigen uitnodigt aan de borrel te gaan. Dat doen we graag.

Onder het genot van een glas wijn en exquise Turkse hapjes wordt iedereen weer dikke vrienden. Zelfs Che is weer goed gemutst. Navraag leert dat het thema en de felheid van de discussie niets nieuws te zijn in de Turkse architectuurscene. Eigenlijk wel verfrissend zo’n prijsuitreiking op het scherp van de snede. Architectuur is hier nog iets wat de gemoederen bezig houdt. Was dat ooit ook niet het geval in Nederland? Na de borrel zoeken we onze weg in het uitgaansleven van Ankara en om vier uur stappen we als in een roes in het vliegtuig. Het besneeuwde sprookjesland Cappadocië lijkt al weer ver weg.

_________________________________________


> Archiprix 2011 a 36 hour workshop, de voorstellen (pdf 117Mb)
De workshop vond plaats van 16 november tot 18 november 2011. 
> Archiprix Turkije